Spring naar inhoud

3.2 Milieu

3.2.1 Klimaatverandering

Klimaatverandering wordt steeds zichtbaarder in de vorm van weersextremen zoals hevige neerslag. Vitens speelt hier actief op in door adaptieve maatregelen te ontwikkelen die het watersysteem veerkrachtiger maken, zoals bijvoorbeeld het verhogen van winputten, zodat deze beter bestand zijn tegen overstromingen.

Samen met onze stakeholders werken we aan een toekomstbestendig en duurzaam watersysteem. Het aanpassen aan klimaatverandering is daar onderdeel van. Tegelijkertijd zetten we stappen om onze eigen klimaatimpact te beperken. Dit doen we door de uitstoot van broeikasgassen te reduceren.

Veerkrachtanalyse

Vitens voert vier keer per jaar een veerkrachtanalyse uit: de verstoringsrisicoanalyse (VRA). In deze analyse wordt de veerkracht van onze strategie en ons businessmodel (de wijze waarop Vitens haar drinkwatervoorziening als geheel heeft georganiseerd en uitvoert) getoetst aan uiteenlopende scenario’s zoals overstromingen, droogte, natuurbranden en uitval van nutsvoorzieningen. In de VRA is nog niet bewust rekening gehouden met een bepaalde temperatuurstijging. De VRA beoordeelt voor elk scenario de waarschijnlijkheid, de potentiële impact op waterkwaliteit en leveringszekerheid, het aantal getroffen klanten en de duur van de verstoring. De uitkomsten worden jaarlijks geëvalueerd en vormen een directe input voor strategische besluitvorming, crisesvoorbereiding en meerjareninvesteringen. De VRA omvat het volledige drinkwatersysteem van Vitens en bestrijkt de korte, middellange en lange termijn. De analyse is gebaseerd op landelijke scenario’s, KNMI-data en historische gegevens. In de VRA ligt de nadruk op acute operationele risico's, zoals overstromingen, droogte en natuurbrand en nog niet op transitierisico's in lijn met de klimaatdoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. In de streefstructuur houden we rekening met de lange‑termijnimpact van klimaatverandering. We hebben als doel systematisch te werken aan het verhogen van de robuustheid en flexibiliteit van onze infrastructuur. Dit wordt verder toegelicht bij het thema klimaatadaptatie. 

Klimaatadaptatie

Impact, risico’s en kansen

Vitens anticipeert op de gevolgen van klimaatverandering door bij het ontwerp en de inrichting van haar waterwingebieden rekening te houden met toenemende weersextremen.

Sub-topic Omschrijving materiële impacts en/of financiële risico's en kansen (eigen operatie en waardeketen)
Financiële materialiteit Risico’s:
• Mogelijk moeten locaties i.v.m. droogte gesloten/verplaatst worden
• Mogelijk moeten acties genomen worden om locaties klimaat adaptief te maken (overstroming, droogte, bosbranden)
• Mogelijk ontstaat er vaker schade aan assets door weersextremen
Beleid, acties, maatstaven en doelstellingen

Klimaatverandering heeft directe invloed op zowel de beschikbaarheid van bronnen als op de vraag naar drinkwater. Klimaatverandering leidt namelijk tot langere periodes met warm en droog weer. Hierdoor zal het gebruik van water toenemen, terwijl aan de andere kant de verdroging toeneemt en bestaande winningen onder druk kunnen komen te staan. In de huidige infrastructuur zijn weinig onderlinge verbindingen, waardoor een verandering in de drinkwatervraag niet door andere winningen opgevangen kan worden. Verder bieden onze vergunningen op dit moment geen ruimte voor flexibiliteit. Ze zijn in droge jaren voor meer dan 100% nodig. Al deze uitdagingen vragen om een aanpak die toekomstbestendig is en dus om kan gaan met deze onzekerheden.

Om voorbereid te zijn op deze onzekerheden, werkten we in 2025 aan het ontwikkelen van veerkracht in onze infrastructuur. Veerkracht betekent dat we ons voorbereiden op onbekende veranderingen, zodat de levering van betrouwbaar drinkwater ook in de toekomst gegarandeerd blijft. De uitwerking hoe we veerkracht inbouwen leggen we vast in een document dat wij de streefstructuur noemen. Het gaat daarbij onder andere om flexibeler en modulair bouwen. Ook het clusteren van wingebieden, zodat we ons eenvoudiger kunnen aanpassen aan veranderingen, is een aandachtspunt. Daarvoor nemen we de fysieke klimaatrisico's uit bovenstaande tabel (impact, risico's en kansen) mee in ontwerp-, beheer- en investeringsbeslissingen, zodat assets beter beschermd zijn tegen bijvoorbeeld droogte, overstroming en extreme neerslag. Een ander onderwerp in 2025 was het verder ontwikkelen van strategische harten. Dit zijn gebieden waar in potentie relatief veel (oppervlakte-)water is te winnen, met een relatief kleine impact op de omgeving en veel mogelijkheden tot maatschappelijke meerwaarde. Op lange(re) termijn ontstaat hierdoor ruimte om niet-toekomstbestendige winningen minder in te zetten of te sluiten. Verder werken we aan het vergroten van de transportinfrastructuur, passend bij de strategische harten en het beoogde kleinere aantal winningen en productiebedrijven op lange termijn. Om veerkrachtiger te worden verandert ook onze werkwijze: van knelpuntgericht naar adaptief plannen, met betrokkenheid van stakeholders. We combineren functies zoals drinkwaterwinning, landbouw, natuurbeheer en recreatie op een manier die aansluit bij de waterhuishouding en bodemeigenschappen van een gebied. Maatschappelijke opgaven pakken we in slimme combinaties op. Panorama Waterland is het concept waarin wij dit realiseren. Momenteel zijn hiervoor nog geen gerichte doelen opgesteld zoals voorgeschreven door de ESRS. 

In de streefstructuur van 2025 lag de focus op het verlagen van de kwetsbaarheid van onze infrastructuur en het verkleinen van onze klimaatrisico's:

  • Verdere stappen zetten om het concept Panorama Waterland te integreren in onze streefstructuur. Dit concept richt zich op het toekomstbestendig maken van het gehele watersysteem, zowel grond- als oppervlaktewater, zodat er het hele jaar door voldoende water beschikbaar blijft voor drinkwaterwinning, landbouw en natuur. Door Panorama Waterland te verweven met de uitgangspunten van de streefstructuur, bouwen we aan een robuust en veerkrachtig systeem voor duurzame drinkwaterwinning. De implementatie van deze integratie vindt plaats binnen zowel lopende projecten, zoals Haarlo Olden Eibergen, als in nieuwe initiatieven die voortkomen uit de strategische harten van de streefstructuur;
  • Een brede voorverkenning naar de strategische harten in de IJsselvallei. Per regio wordt in kaart gebracht welke grond- en oppervlaktewaterbronnen beschikbaar zijn, welke mogelijkheden er zijn om perioden met waterschaarste te overbruggen en welke transportcapaciteit nodig is om het gezuiverde water in de regio’s met drinkwaterschaarste te krijgen. Dit helpt ons om de zoeklocaties naar nieuwe bronnen te concretiseren en te prioriteren en legt de verbinding tussen de streefstructuur van Vitens en de adaptieve drinkwaterstrategieën van de provincies.

Klimaatmitigatie en energie

Impact, risico’s en kansen

Vitens heeft binnen het thema klimaatimpact en energie een negatieve impact. Dit komt door broeikasgassen en het gebruik van energie. Vitens neemt maatregelen, zoals afvang en verwerking van methaan, om de eigen uitstoot te verminderen. In de onderstaande tabel heeft Vitens de impact, risico’s en kansen (IRO’s) opgenomen zoals deze ook in het kader van de bepaling van materiële onderwerpen zijn vastgelegd.

Sub-topic Omschrijving materiële impacts en/of financiële risico's en kansen (eigen operatie en waardeketen)
Impact materialiteit Impact (negatief):
• Emissies en energiegebruik dragen bij aan klimaatverandering
Beleid, acties, maatstaven en doelstellingen

Het beleid en de plannen van Vitens ten aanzien van klimaatmitigatie zijn nog niet volledig in overeenstemming met alle eisen van de ESRS. Wel heeft Vitens een integraal beleid 'Energie- en broeikasgasemissies' opgesteld om de negatieve impact van haar bedrijfsvoering op het klimaat te beperken. Ons beleid is gebaseerd op de nationale reductiedoelstellingen zoals vastgelegd in de Nederlandse Klimaatwet (versie 2019), welke gericht is op de Nederlandse bijdrage aan het Klimaatakkoord van Parijs. Conform toelichtingsvereiste TV1 en TV2 van ESRS E1 betekent dit dat we het nationale reductiepercentage (van 2019) toepassen op onze eigen broeikasgasemissies. Dit houdt in dat wij streven naar een emissiereductie van 49% in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050.

Met het beleid geeft Vitens sturing aan het verminderen van de negatieve impact van emissies en energiegebruik op het klimaat, zoals vastgesteld in de dubbele materialiteitsanalyse. Het beleid is erop gericht deze materiële impact doelgericht te beheersen en te verkleinen via de vier strategieën: 

  1. Reductiestrategie: Vitens vermindert energieverbruik en directe broeikasgasemissies door:
    • energie-efficiënt ontwerp van infrastructuur;
    • toepassing van interne CO2-beprijzing; 
    • verplichte energie- en emissiebeoordelingen;
    • terugdringen van energieverspilling en methaanemissies.
  2. Productiestrategie: Vitens benut haar potentieel om duurzame energie op te wekken op eigen terreinen, zoals:
    • zonnepanelen en methaanterugwinning;
    • verplichte uitvoering van maatregelen die zichzelf terugverdienen;
    • vergisting van groenafval voor energieterugwinning.
  3. Compensatiestrategie: Vitens compenseert een deel van haar uitstoot door elektriciteitsgebruik door inkoop van groene stroom. 
  4. Innovatiestrategie: Vitens investeert gericht in innovaties die bijdragen aan het behalen van energie- en emissiedoelstellingen, met nadruk op het elimineren van scope 1-emissies.

Vitens heeft op basis van deze strategieën generieke emissiereducerende maatregelen geïdentificeerd die bijdragen aan het beheersen van de negatieve impact op klimaat door emissies en energiegebruik, doordat zij gericht zijn op vermindering van energieverbruik en broeikasgasemissies. Deze bieden concrete handvatten om bij het opstellen van het investeringsportfolio een integrale afweging te maken tussen kosten, prestaties en risico’s. Hierbij wordt dan als prestatie niet alleen gekeken naar leveringszekerheid en waterkwaliteit, maar ook naar het verminderen van broeikasgasemissies en energieverbruik. 

Omdat veel emissiereducerende maatregelen geïntegreerd zijn in het primaire productieproces, is het praktisch niet uitvoerbaar en niet effectief om deze losstaand uit te voeren, bijvoorbeeld via aparte projecten (al dan niet als onderdeel van een transitieplan). In plaats daarvan worden maatregelen meegenomen in reguliere investeringsprojecten bij vervanging/uitbreiding van onze productiebedrijven en beschikken we niet over een transitieplan. Vitens werkt ernaar toe om binnen een periode van drie jaar een transitieplan te hebben vastgesteld. In aanvulling op de geïdentificeerde emissiereducerende maatregelen geeft het toepassen van de eerdergenoemde interne CO2-kostprijs een extra prikkel om emissiereductie in investeringsprojecten te kunnen opnemen.

Acties in 2025 zijn: 

  • In het project Zonnestroom 3 zijn drie locaties in 2025 voorzien van zonnepaneleninstallaties, namelijk locaties Beerschoten, Manderveen en Hoge Hexel. Deze hebben gezamenlijk bijna tachtig MWh geleverd, wat een besparing van circa twintig ton CO2-equivalenten heeft opgeleverd. De komende twee jaar gaan we naar verwachting nog veertig locaties voorzien van panelen (KT).
  • Diverse nieuwbouw/renovatieprojecten van productielocaties zijn in 2025 voorbereid waarbij methaanafvang en verwerking onderdeel is van de projectscope. Het gaat om de locaties Noordburgum (LT), Luxwoude (LT) en St Jansklooster (LT). Deze voorbereidingen dragen aanzienlijk bij aan het verminderen van methaanemissies.
  • Bij aanbestedingen nemen we het eventuele gebruik van elektrisch materieel mee in onze afwegingen (MT). 
Maatstaven en doelstellingen

Omdat er voor de drinkwatersector nog geen sectorspecifiek 1,5°C-pad beschikbaar is, hanteren wij de nationale doelstelling als referentiepunt. De omzetting van de nationale doelstelling naar het bedrijfsniveau vindt plaats door het nationale reductiepercentage toe te passen op onze totale scope 1, 2 en relevante scope 3-emissies uit 1990. Dit houdt in dat wij streven naar een emissiereductie van 49% in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050. In 2026 zullen wij onze doelstellingen herzien, zodat deze beter aansluiten bij de vereisten van de ESRS E1-standaard. Tot die tijd rapporteren wij transparant over de voortgang en de stappen die wij zetten om onze strategie en ons beleid verder in lijn te brengen met onze reductiedoelstellingen.

In het verslagjaar 2025 hebben wij onze methode voor het berekenen van scope 3 broeikasgasemissies herzien. Voorheen maakten wij zoveel als mogelijk gebruik van afspraken in onze sector zoals vastgelegd in de Praktijkcode drinkwater (PCD-11). We hebben dit jaar scope 3-emissies uitgebreid conform de GHG Protocol Corporate Value Chain (Scope 3) Accounting and Reporting Standard die een vollediger beeld geeft van de totale klimaatimpact van onze uitstoot in de waardeketen. 

Voor scope 3 hebben we volgens de afspraken in de PCD-11, voor zover beschikbaar, gebruikgemaakt van activiteitendata (fysieke grootheden zoals gewicht, volume, afstand). Voor het overige deel van scope 3, hebben we berekeningen gemaakt op basis van emissiefactoren per euro inkoop (spend-based methode). In een parallel proces wordt de PCD-11 door de Nederlandse drinkwatersector verder ontwikkeld om conform ESRS standaard E1 te kunnen rapporteren, en geharmoniseerd tussen de drinkwaterbedrijven.

Deze wijzigingen zijn doorgevoerd om beter aan te sluiten bij internationale rapportagestandaarden en om de transparantie en vergelijkbaarheid van onze duurzaamheidsdata te vergroten.

Maatstaf Doelstelling 2025* Resultaat 2025 Resultaat 2024**
Broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) in ton CO2-eq * 321.937 281.143
Broeikasgasemissies (marktgebaseerd) in ton CO2-eq * 285.960 237.878

De verdeling van broeikasgasemissies locatiegebaseerd in scope 1, 2 en scope 3 is weergegeven in onderstaande grafiek: 

Onderstaande tabel geeft inzicht in het totale energieverbruik en de energiemix uit eigen activiteiten in absolute waarden (Mwh).

Energieverbruik en energiemix 2025 2024
(1) Brandstofverbruik uit kolen en kolenproducten (MWh)    
(2) Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten (MWh) (a) GTL  2.182   2.509 
(2) Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten (MWh) (b) Benzine  161   309 
(2) Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten (MWh) (c) Diesel  5.022   5.264 
(3) Brandstofverbruik uit aardgas (MWh)  4.061   4.620 
(4) Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen (MWh)  -   - 
(5) Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen (MWh)  2.139   161.891 
(6) Totaal verbruik fossiele energie (MWh)  13.564   174.593 
Aandeel fossiele bronnen in totale energieverbruik (%) 7% 94%
(7) Verbruik uit nucleaire bronnen (MWh)  -   - 
Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totale energieverbruik (%) 0% 0%
(8) Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, incl. biomassa (ook industrieel en gemeentelijk afval van biologische oorsprong, biogas, waterstof uit hernieuwbare bronnen enz.) (MWh)  8.325   8.934 
(9) Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen (MWh)  163.529   - 
(10) Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof (non-fuel) (MWh) (a) waterkracht  59   54 
(10) Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof (non-fuel) (MWh) (b) zonneenergie  2.357   2.250 
(11) Totaal verbruik hernieuwbare energie (MWh)  174.271   11.238 
Aandeel hernieuwbare bronnen in totale energieverbruik (%) 93% 6%
Totale energieverbruik (MWh)  187.835   185.831 
Toelichting:
  • Het totale energieverbruik in 2025 is vrijwel gelijk aan 2024, maar de verdeling tussen fossiele en hernieuwbare energie is duidelijk veranderd. Dit komt doordat Vitens in 2025 is overgestapt op een nieuw contract voor groene stroom met garanties van oorsprong (gebundeld). In 2024 werd grijze stroom gekocht met losse garanties van oorsprong (ongebundeld). Hierdoor wordt elektriciteit in 2025 als hernieuwbaar geclassificeerd, terwijl dezelfde stroom in 2024 onder de fossiele categorie viel.  
  • Energieverbruik is bepaald op basis van dezelfde activiteitendata die zijn gebruikt voor de berekening van de broeikasgasemissies.
  • Waar nodig zijn hoeveelheden omgerekend naar de van toepassing zijnde eenheden. Daarbij is gebruikgemaakt van conversiefactoren die zowel representatief als herleidbaar  zijn, conform geldende richtlijnen.

Op basis van onze NACE-codes zijn we te kwalificeren als sector met een grote klimaatimpact. Dit is onze energie-intensiteit:

Energie-intensiteit per netto-opbrengst 2025 2024 % mutatie
Totaal energieverbruik van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact per netto-opbrengst van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact (MWh/€ miljoen ) 299  346  -13%
Toelichting tabel:

De daling van de energie-intensiteit in 2025 wordt verklaard door hogere bedrijfsopbrengsten uit bedrijfsactiviteiten.

We rapporteren onze broeikasgasemissies in lijn met het  het Greenhouse Gas-protocol.

  Retrospectief       Mijlpalen en jaardoel*  
  Basisjaar *** 2024 2025 % 2025 / 2024 2025 2030 2050 Jaarlijks doel (%)/ basisjaar
Scope 1-emissies                
Bruto scope 1-emissies 32.781 35.136 32.781 -7%        
Percentage scope 1-emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen (%)  -   -   -           
Scope 2-emissies                
Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies (ton CO2-eq)  36.447  43.710 36.447 -17%        
Bruto marktgebaseerde scope 2-emissies (ton CO2-eq)  470  445 470 6%        
Significante Scope 3-emissies **  -               
Totaal bruto indirecte (scope 3) emissies (ton CO2-eq)  252.709  202.298 252.709 25%        
1 Gekochte goederen en diensten  71.290  59.873 71.290 19%        
2 Kapitaalgoederen  160.341  119.406 160.341 34%        
3 Brandstof- en energieactiviteiten (niet opgenomen in scope 1 of scope 2)  8.707  10.224 8.707 -15%        
4 Upstreamvervoer en -distributie  581  504 581 15%        
5 Afval geproduceerd bij activiteiten  8.109  8.394 8.109 -3%        
6 Zakelijk reisverkeer  178  203 178 -13%        
7 Woon-werkverkeer werknemers  718  621 718 16%        
8 Upstream geleasede activa  118  140 118 -16%        
9 Downstreamvervoer  381  571 381 -33%        
15 Investeringen  2.286  2.362 2.286 -3%        
Totale broeikasgasemissies                
Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) (ton CO2-eq) 321.937 281.143 321.937 15%        
Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (ton CO2-eq) 285.960 237.878 285.960 20%        

Toelichting:

In 2025 is de totale broeikasgasemissies van Vitens gestegen ten opzichte van 2024. Deze stijging wordt bijna volledig veroorzaakt door hogere investeringsuitgaven. Binnen de CO2-rapportage vallen deze investeringen onder scope 3 (indirecte emissies in de keten), en in 2025 waren de investeringsvolumes hoger dan in 2024. Omdat de scope-3-berekening grotendeels gebaseerd is op financiële uitgaven (zogeheten spend-based analyse), leidt een hogere investeringssom direct tot hogere gerelateerde broeikasgasemissies. De locatiegebaseerde uitstoot uit elektriciteit is gedaald, voornamelijk door verduurzaming van de gemiddelde Nederlandse stroommix. 

Toelichting grondslagen broeikasgasemissies:
  • Broeikasgasemissies worden voor het rapportagejaar vastgesteld op basis van activiteiten van Vitens in dat jaar met emissies in scope 1, 2 en 3. Daar waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van gegevens over de (fysieke eigenschappen van de) activiteiten zelf, zoals de hoeveelheid gereden kilometers. Voor scope 3 wordt - in die gevallen waarover geen fysieke activiteitendata beschikbaar zijn - de uitstoot geschat met behulp van financiële gegevens die de transactiewaarde van de activiteit beschrijven (de z.g. spend-based methode). Voor de resulterende totale broeikasgasemissies geldt dat deze voor circa 30% gebaseerd is op activiteitendata en voor circa 70% geschat op basis van financiële data.  
  • De activiteitendata worden vermenigvuldigd met emissiefactoren. Daarbij worden de volgende bronnen van emissiefactoren gebruikt: 
    • Voor fysieke activiteitendata  (bijv. kWh verbruikte stroom) wordt gebruikgemaakt van emissiefactoren overgenomen van co2emissiefactoren.nl.
    • De emissiefactoren van gebruikte chemicaliën worden overgenomen uit de PCD-11, welke gebruik maakt van EcoInvent 3.10.
    • De emissiefactoren in de spend analyse worden overgenomen uit de Climatiq database, welke gegevens gebruikt uit Exiobase. 
    • Het broeikasgaspotentieel van methaan wordt overgenomen uit PCD-11, welke gebruikmaakt van IPCC Assessment Report 6.
  • De methode voor scope 1 en 2 en een aantal activiteiten van scope 3 (reizen woon-werkverkeer, inkoop en transport van chemicaliën en inkoop drinkwater) is generiek voor Nederlandse drinkwaterbedrijven beschreven in de Praktijkcode Code Drinkwater (PDC-11) 'Berekening CO2-voetafdruk drinkwaterbedrijven' van Stichting Water Research Institute (KWR). De emissiefactoren in die methode worden overgenomen van co2emissiefactoren.nl
  • Daar waar nodig, worden - binnen de methode zoals in de PCD-11 vastgelegd - gegevens door Vitens ingeschat, zoals het gasverbruik (ingeschat op basis van de verbruiksdata van het voorgaande jaar) en de samenstelling van de verbruikte chemicaliën (ingeschat op basis van het afgerekende verbruik van het voorgaande jaar en gecorrigeerd naar het aan het net geleverd drinkwater). 
  • Voor de locatiegebaseerde emissies wordt de gridmix gebruikt o.b.v. co2emissiefactoren.nl. Voor de marktgebaseerde emissiefactoren wordt gebruik gemaakt van de hiërarchie zoals beschreven in het GHG-protocol scope 2 guidance. In 2024 werd grijze stroom gekocht met losse GVO's (ongebundeld), terwijl in 2025 bij een nieuwe energieleverancier groene stroom met GvO's is afgenomen (gebundeld). 
  • Voor de noodstroominstallaties die niet van een draaiurenteller zijn voorzien, wordt een inschatting gemaakt op basis van de draaiuren zoals voorgeschreven in het testregime van de installaties.
  • Twee financiële correcties worden toegepast bij de spend analyse:
    • Bij gebruik van data uit Climatiq in andere valuta dan euro wordt een wisselkoers toegepast. Deze wordt bepaald op basis van de gemiddelde wisselkoers over het jaar van rapportage zoals gerapporteerd door de Europese Centrale Bank.
    • Bij gebruik van waarden uit Climatiq die verder in het verleden liggen dan het rapportage jaar wordt een inflatiecorrectie toegepast. De inflatiewaarde wordt bepaald op basis van het gegevens van het CBS. 
  • Conform ESRS E1 maakt Vitens bij brandstof- en energie gerelateerde activiteiten in scope 1 en 2 gebruik van de Tank to Wheel CO2emissiefactoren. De indirecte ketenemissies worden gerapporteerd (Well to Tank) in categorie 3 van scope 3.
  • De volgende categorieën binnen scope 3 zijn niet van toepassing voor Vitens:
    • Categorie 10, 11 en 12: Vitens neemt de scope 3 categorieën 10 (verwerking van verkocht product), 11 (gebruik van verkocht product) en 12 (end-of-life van verkocht product) niet mee in haar berekening. Het primaire product van Vitens is drinkwater. Water kent geen end-of-life fase zoals andere producten. Eventuele emissies later in de waterketen ontstaan indirect, bijvoorbeeld door het verwarmen van water. Binnen de Greenhouse Gas Protocol wordt ruimte gelaten om niet te rapporteren op indirecte emissies in de gebruiksfase. Vitens kiest hiervoor, omdat het water primair geleverd wordt als drinkwater en eventuele verwerking niet direct aan dat productgebruik gekoppeld is. De uitstoot die ontstaat door bijvoorbeeld gasverbruik voor het verwarmen van douchewater is zoveel groter dan de uitstoot door drinkwaterproductie, dat het een te vertekend beeld geeft. Bovendien valt het buiten de directe invloedssfeer van Vitens.  Reststoffen die Vitens levert aan Aquaminerals worden gezien als afvalstromen en vallen niet onder de definitie van ‘product’ binnen deze categorieën. 
    • Categorie 13: Verhuur van panden is niet materieel. 
    • Categorie 14: Vitens heeft geen franchises.
    • Categorie 15: De activiteiten van Facturatie B.V. en (een deel van de activiteiten) van VEI B.V. vinden plaats in de kantoren van Vitens, zodat een deel van de uitstoot in scope 1 en 2 veroorzaakt wordt door deze entiteiten. Deze gegevens zijn echter niet los te koppelen en worden dus door Vitens verantwoord, de impact hiervan is niet materieel. Verder zijn voor VEI B.V. de emissies van vliegreizen voor 50% aan Vitens toegewezen, overeenkomstig het 50% belang van Vitens in deze joint venture. Emissies van Aquaminerals B.V. zijn opgenomen in 3.9 (transport). Toepassing van de door Aquaminerals geleverde reststromen leiden tot vermeden emissies. Vitens kiest ervoor deze (nog) niet te rapporteren. Van KWH Water B.V. zijn geen emissiegegevens beschikbaar; daarom is een inschatting gemaakt op basis van de verwachte omzet. 

De broeikasgasintensiteit is een belangrijke indicator voor de milieu-efficiëntie van het productieproces. In de navolgende tabel wordt de totale broeikasgasintensiteit getoond:

Broeikasgasintensiteit ton CO2-eq/netto-opbrengst in miljoen € 2025 2024 % mutatie
Broeikasgasintensiteit (locatiegebaseerd) 513 523 -2%
Broeikasgasintensiteit (marktgebaseerd) 456 443 3%
Interne rekenprijs broeikasgasemissies

Vitens past een interne rekenprijs voor broeikasgasemissies toe bij beleidsvorming, vrijwel alle investeringsbeslissingen, ontwerp en aanbesteding van producten en diensten. Deze prijs bedraagt € 100 per ton CO2-equivalent, vastgesteld door de RvB en vormt een integraal onderdeel van de Total Cost of Ownership-analyse waarin de totale kosten van de investering en gedurende de gehele levensduur van de asset worden meegenomen. Bij het afwegen van meerdere ontwerpkeuzes kan zo de additionele uitstoot van vervuilendere alternatieven worden omgerekend naar extra (fictieve) kosten, waardoor de duurzamere opties financieel aantrekkelijker worden in de integrale afweging van kosten prestaties en risico’s. De hoogte van de rekenprijs is gekozen op grond van aansluiting van de Maatschappelijke Kosten-Baten Analyses gedaan door het Centraal Planbureau en Planbureau voor de Leefomgeving, waarin de maatschappelijke kosten van CO2-uitstoot zijn bepaald in het licht van de benodigde uitstootreductie voor het Klimaatakkoord van Parijs. Uit de gevoeligheidsanalyse in 2020 bleek € 100 per ton CO2-equivalent een effectief getal te zijn. Inmiddels is dit bedrag minder effectief; in 2026 wordt een voorstel voor ophoging gedaan.

Voor de bepaling van de CO2-beprijzing van € 100 per ton CO2-equivalent zijn de volgende bronnen gebruikt: 

  • CO2-beprijzing bij drinkwaterbedrijven, Arcadis rapport C05011.000672.0120 d.d. 18 december 2020, in opdracht van Blauwe Netten. 
  • ‘Nederland in 2030-2050: twee referentiescenario’s – Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving’, PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en het CPB (Centraal Planbureau), 2015 (www.wlo2015.nl).

3.2.2 Water en mariene hulpbronnen

Als grootste drinkwaterbedrijf van Nederland nemen wij onze verantwoordelijkheid voor het duurzaam beheren van waterbronnen, het beperken van onze milieu-impact en het waarborgen van leveringszekerheid. De beschikbaarheid van voldoende waterbronnen staat onder druk door klimaatverandering, ruimtelijke druk en toenemende watervraag. In sommige regio’s dreigt zelfs een tekort aan vergunde waterwincapaciteit. Bovendien is Nederland van oudsher ingericht op het zo snel mogelijk afvoeren van water. Dit is nadelig voor het grondwaterpeil en daarmee voor de natuur, landbouw en drinkwaterbedrijven zoals Vitens.

Vanwege het onder druk staan van de beschikbaarheid van voldoende waterbronnen zet Vitens niet alleen in op het ontwikkelen van nieuwe bronnen, maar ook op het verlagen van de drinkwatervraag. Met het programma Waterbesparing stimuleren we bewust en duurzaam watergebruik bij huishoudens en bedrijven. Bij zakelijke klanten stuurt Vitens daarnaast actief door aanvragen te toetsen op passend gebruik en, waar nodig, voorwaarden te stellen of aansluitingen te weigeren om de leveringszekerheid te waarborgen.

De thema's wateronttrekking en waterbesparing worden in dit hoofdstuk nader toegelicht.

Wateronttrekking

Vitens heeft de taak te zorgen voor voldoende drinkwater. Om dit te kunnen blijven doen, zijn voldoende en duurzame bronnen noodzakelijk. Deze bronnen bevinden zich in onze waterwingebieden: beschermde gebieden waar Vitens grondwater wint. 

Door de toenemende vraag heeft Vitens op de korte termijn meer vergunningen nodig om (grond)water te kunnen winnen om drinkwater van te maken. Alleen door samenwerking met onze waterpartners kunnen die vergunningen gerealiseerd worden. Complexe, langdurige vergunningprocedures en concurrerende belangen in de leefomgeving zijn grote knelpunten in het tijdig beschikbaar hebben van vergunningen. Lastige inpassing in de leefomgeving is daarvan vaak de oorzaak. Naast regionale verschillen in knelpunten, spelen ook belemmeringen zoals schaarste aan menskracht en middelen, stikstofregels en netcongestie een steeds grotere rol bij het tijdig verkrijgen van vergunningen. Voor de lange(re) termijn, na 2030, werkt Vitens samen met stakeholders aan een robuust systeem met drinkwaterwinningen die zo weinig mogelijk impact hebben op natuur en omgeving. Hiervoor kijken we ook naar alternatieve bronnen om drinkwater van te maken. Door naast grondwater ook in te zetten op oppervlaktewater en oevergrondwater, vergroot Vitens de beschikbare broncapaciteit en versterkt het de weerbaarheid tegen weersextremen zoals langdurige droogte. 

Zo ontwikkelen we een toekomstbestendig en duurzaam watersysteem. Dit is een proces van tientallen jaren. Daarom zetten we de komende jaren nog steeds in op het winnen van extra grondwater, maar wel op een zo duurzaam mogelijke manier. Tot slot moet niet alleen het winnen van water anders. Ook is het belangrijk dat (zakelijke) klanten verantwoord met drinkwater omgaan. Kortom: duurzame drinkwaterwinning betreft de gehele keten.

In onderstaande kaart wordt aangegeven bij welke waterwinlocaties voor de productie van drinkwater sprake is van waterrisico en waterstress. In 2025 bedraagt de hoeveelheid totaal te bewerken water die aan de waterwinlocaties wordt onttrokken 381,2 miljoen m³.

Impact, risico’s en kansen

Waterschaarste vormt een groeiende uitdaging in Nederland als gevolg van klimaatverandering en een stijgende vraag naar drinkwater. In de navolgende tabel heeft Vitens de impact, risico’s en kansen (IRO’s) opgenomen zoals deze ook in het kader van de bepaling van materiële onderwerpen zijn vastgelegd.

Sub-topic Omschrijving materiële impacts en/of financiële risico's en kansen (eigen operatie en waardeketen)
Impact materialiteit Impact (negatief):
• Vitens gebruikt schaars grondwater als belangrijkste bron voor de productie van drinkwater.
   
Financiële materialiteit Risico’s:
• Het ontwikkelen van nieuwe locaties leidt tot hogere kosten en vergunningsdruk
• Mogelijk zijn nieuwe winningen en alternatieve bronnen nodig: complexere zuivering leidt tot hogere kosten en vergunningsdruk
 
Kans:
• Brondiversificatie maakt ondanks een hoger kostenplaatje Vitens minder kwetsbaar voor externe invloeden en reduceert daarmee het risico op uitval en verstoring van de waterlevering.
Beleid

Vitens hanteert een reservebeleid om de continuïteit van de drinkwatervoorziening te waarborgen. Door strategisch extra wincapaciteit aan te houden, anticiperen wij op een toenemende watervraag in de toekomst, negatieve effecten op de beschikbaarheid van bronnen en ruimtelijke druk. Wanneer onvoldoende nieuwe wingebieden worden gevonden kan een toenemende watervraag resulteren in een daling van de reserves en een tekort in de drinkwatervoorziening. Om de negatieve impact te beperken zorgen we voor een duurzame onttrekking, waarbij de onttrekking niet groter is dan de (natuurlijke) aanvulling van de bron. Daarnaast hebben we als drinkwaterbedrijf ons te houden aan de maximale vergunningscapaciteit.

Acties in 2025 voor het op orde brengen van voldoende productiecapaciteit
  • De productiecapaciteit in Utrecht is uitgebreid bij Cothen. Hier tegenover staat de sluiting van de productielocatie in Doorn vanwege de kwetsbaarheid van deze winning. 
  • De productiecapaciteit in Overijssel is vergroot door uitbreiding van de zuivering in Vechterweerd. Verder is op locatie Ceintuurbaan een inzetbaarheidsbeperking opgeheven. De geplande uitbreiding van de productiecapaciteit in Overijssel bij Diepenveen is uitgesteld naar begin 2026. 
Acties in 2025 voor het op orde brengen van voldoende reserves (vergunningen)

In 2025 is intensief gewerkt aan het veiligstellen en uitbreiden van de drinkwatervoorziening. Dit is gerealiseerd door een pakket aan verkenningen, onderzoeken en samenwerkingsverbanden:

  • Om begrip te kweken voor drinkwatervoorzieningen en de omgeving mee te nemen in de plannen van Vitens, zijn regelmatig bewonersavonden en werksessies met stakeholders georganiseerd om het gebied mee te nemen in de ontwikkelingen. Bij verkenningen zijn stakeholders actief betrokken in het traject om te komen tot extra winningscapaciteit.
  • In de provincie Utrecht is de drinkwaterraad opgezet. Een bestuurlijke samenwerking tussen een aantal gemeenten en waterschappen, drinkwaterbedrijven Oasen en Vitens en de provincie Utrecht om de drinkwateropgave te bespoedigen. 
  • In 2025 is volop gewerkt aan de al lopende integrale verkenningen (onder andere voor Eemdijk en Zuidelijk Flevoland) en onderzoeken voor het verkrijgen van extra vergunningsruimte voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening:
    • Er is veelvuldig onderzoek gedaan bij verschillende trajecten. Zo zijn bij Schalkwijk diepe peilbuizen geplaatst, sonderingen en bodemonderzoeken gedaan. Hiermee wordt het grondwatermodel verder verfijnd. Zo is er in gezamenlijkheid met de omgevingspartijen kennis gecreëerd over de bodemopbouw en hoe deze geschematiseerd moet worden in de grondwatermodellering;
    • Bij WAAG (Water Aanvoer en Aanvulling in het Gooi) zijn een ambtelijke en een bestuurlijke begeleidingsgroep ingericht voor het bepalen van de koers, het nemen van besluiten en het realiseren van politiek-bestuurlijke steun voor het project. Daarnaast is een grondwatermodel ontwikkeld met de grondwaterbegeleidingsgroep (omgevingspartijen) om de effecten van de grondwateronttrekking en/ of infiltratie te kunnen bepalen;
    • Apeldoorn-Noord: in 2025 is een intentieovereenkomst gesloten met provincie, gemeente en waterschap, om gezamenlijk tot een integraal gebiedsontwerp te komen voor alle opgaves in het gebied;
    • Gelderse Vallei: de eerste fase van het verkennende veldonderzoek is gerapporteerd en de studie duurzame concepten is afgerond. In de studie zijn met gemeenten, provincie en waterschap mogelijk duurzame concepten afgeleid en zijn bovengrondse kansen voor functiecombinatie met drinkwaterwinning in kaart gebracht;
    • Epe: jurisprudentie (Rendac-uitspraak) leidde tot aanpassing van de onderbouwing bij de vergunningsaanvraag. Ook worden de effecten van uiterste situaties (droogte en wateroverlast) nader in beeld gebracht. In 2026 vindt een informatieavond plaats waarna de provincie het ontwerpbesluit kan oppakken;
    • Winsen-Slijk-Ewijk: in 2025 heeft Vitens een start gemaakt met het verkennen van verschillende opties voor het winnen van drinkwater in dit reserveringsgebied. Het waterschap en de provincie zijn hierbij betrokken. Er zijn verkennende hydrologische berekeningen uitgevoerd en er worden proefboringen voorbereid voor medio 2026. In 2026 gaat de verkenningsfase verder met nadere onderzoeken en een milieueffectrapportage proces.
    • Fikkersdries: de milieueffectrapportage 1e fase is in concept opgeleverd. Op basis hiervan wordt in 2026 een voorkeursalternatief gekozen en verder uitgewerkt voor het vervolg van de vergunningsprocedure.

Maatstaven en doelstellingen

Voldoende productiecapaciteit

Voldoende productiecapaciteit is nodig om flexibel in te kunnen spelen op veranderingen in de drinkwatervraag. Wanneer dit niet op orde is moeten we tijdens piekvragen (bijvoorbeeld in droge en hete periodes) mogelijk de waterdruk verlagen om onze klanten van drinkwater te kunnen blijven voorzien. 

Het operationeel verschil is het verschil tussen de noodzakelijke productiebehoefte (huidige drinkwatervraag +10%) en de huidige beschikbare productiecapaciteit op jaarbasis. De maatstaf aantal clusters met een positief operationeel verschil geeft aan hoeveel van onze in totaal tien clusters beschikken over voldoende productiecapaciteit.

Resultaten 2025
Maatstaf Doelstelling 2025 Resultaat 2025 Resultaat 2024
Aantal clusters met een positief Operationeel Verschil  5 4 6
Toelichting:

In 2025 beschikten slechts vier van de tien clusters over voldoende productiecapaciteit om te kunnen voorzien in de groeiende vraag naar drinkwater: Gelderland-Oost, Flevoland, Gelderland-Noord en Utrecht-Zuid. In 2024 hadden we twee cluster meer op orde. Daarmee is sprake van een verslechtering ten opzichte van 2024, toen zes clusters op orde waren. De twee clusters voldoen nu niet als gevolg van een lichte stijging van de vraag naar drinkwater, terwijl uitbreidingen in productiecapaciteit uitbleven. De stijgende trend in de drinkwatervraag vraagt om initiatieven om de productiecapaciteit te verhogen om vraag en aanbod in balans te houden. Op basis van de huidige inzichten is onze oorspronkelijke doelstelling uit 2020, alle clusters op orde in 2030, onhaalbaar geworden. Daarom gaan we volgend jaar onze doelen voor de komende jaren herzien, zodat deze beter aansluiten bij de realiteit.

In onderstaande kaart wordt geografisch weergegeven welke clusters over voldoende productiecapaciteit beschikken:

Voldoende vergunningen

Voldoende vergunningen, en daarmee voldoende reserves,  zijn essentieel om nu en in de toekomst te kunnen voldoen aan de watervraag. Dit betekent dat we in ieder cluster beschikken over 10% meer vergunningsruimte dan de noodzakelijke productiebehoefte (huidige drinkwatervraag + 10% buffer/ruimte).

Resultaten 2025
Maatstaf Doelstelling 2025 Resultaat 2025 Resultaat 2024
Aantal clusters met voldoende Totale Reserves  5  4 4
Toelichting:

Vitens heeft zichzelf tot doel gesteld om in 2025 voor vijf clusters voldoende reserves te hebben. Van de tien clusters hebben slechts vier clusters voldoende totale reserves: Overijssel-Noord, Utrecht-Zuid, Gelderland-Oost en Friesland. Dit heeft als gevolg dat incidenteel vergunningen worden overschreden. Voor het cluster Friesland geldt het voorbehoud dat de vergunning in Luxwoude nog niet onherroepelijk is en er nog openstaande bezwaarschriften zijn. Op basis van de huidige verwachtingen zullen we in 2030 niet voldoen aan ons oorspronkelijke doel dat in 2020 was vastgesteld. Daarom herzien we volgend jaar onze doelen voor de komende jaren, zodat deze beter aansluiten bij de actuele omstandigheden en beschikbare middelen.

In onderstaande kaart wordt geografisch weergegeven welke clusters over voldoende vergunningscapaciteit beschikken:

Waterbesparing

Met waterbesparing willen we bewust en duurzaam gebruik stimuleren bij huishoudens en zakelijke klanten. Elke druppel die niet wordt gewonnen, is de meest duurzame druppel.

Impact, risico’s en kansen

Waterbesparing heeft een positieve impact op het voorkomen van waterschaarste en draagt direct bij aan leveringszekerheid. Hierdoor is minder uitbreiding van winningen en vergunningsruimte nodig en kan extra investeringsdruk op productiecapaciteit worden beperkt.

In de navolgende tabel heeft Vitens de impact, risico’s en kansen (IRO’s) opgenomen zoals deze ook in het kader van de bepaling van materiële onderwerpen zijn vastgelegd.

Sub-topic  Omschrijving materiële impacts en/of financiële risico's en kansen (eigen operatie en waardeketen) 
Impact materialiteit Impact (positief):
• Waterbesparing bij klanten dempt de piekvraag en vermindert het risico op waterschaarste.

Beleid, acties, maatstaven en doelstellingen

Beleid

Vitens beschikt over een beleid voor drinkwaterbesparing, dat is gericht op het structureel verlagen van de drinkwatervraag bij huishoudens en zakelijke klanten. Dit beleid is onderdeel van onze strategie 'Samen voor drinkwater. Nu en later.' en sluit aan bij nationale doelstellingen in het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing. Binnen dit kader identificeert Vitens risico’s zoals toenemende watervraag, vergunningen schaarste en druk op bestaande bronnen en koppelt daar concrete acties aan. Het beleid en de bijbehorende concrete acties zijn vastgelegd in het programma Waterbesparing, waarvan de voortgang per kwartaal wordt gemonitord. 

Acties algemeen
  • Samenwerking in de regio met provincies, waterschappen en gemeenten kreeg in 2025 een impuls: in het voorjaar is het Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing Overijssel vastgesteld en na de zomer is de Drinkwaterraad Utrecht gestart, waarbij drinkwaterbesparing een van de onderdelen is.

Acties huishoudelijk gebruik:

  • De Bouwtafel Waterzuinige Wijken is uitgebreid naar de provincies Utrecht en Overijssel. Dit samenwerkingsverband, bestaande uit provincies, Waterschap Vallei en Veluwe, Vitens en diverse private partners, werkt aan de opschaling van regenwaterbenutting en grijswaterhergebruik in huis. In 2025 is gestart met het ontwikkelen van een ‘Waterzuinig-Wonen-richtlijn’, inclusief waarborgen voor de volksgezondheid, die regionaal vastgelegd kan worden in beleidsinstrumenten en die gehanteerd kan worden in aanbestedingen.
  • Drinkwaterbesparing is met fysieke en online campagnes onder de aandacht van inwoners gebracht. In de aanloop naar de zomer werd 6 weken (12-25 mei en 16 juni-13 juli) campagne gevoerd om het piekverbruik op de warme en droge dagen te beperken. We hielden een drinkwaterblog bij, stonden de media te woord en we informeerden gemeenten, provincies en waterschappen. Met de douchekubus en eco-wasmachine waren we op meerdere locaties aanwezig, waaronder de Nijmeegse Vierdaagsefeesten (douchekubus 13.500 keer bezocht), Bevrijdingsfestival Overijssel (eco-wasmachine 1.300 keer bezocht) en winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht (eco-wasmachine ruim 1.000 keer bezocht). In het najaar waren we op digitale radio, sociale media en op digitale schermen in de buitenruimte actief met de campagne 'Scheer je huid met de kraan uit'. Met Scouting Nederland brengen we drinkwaterbesparing onder de aandacht bij de 115.000 scouts in Nederland via een vaardigheidsinsigne. Daarnaast zijn 70.000 kinderen in de regio van Vitens bereikt tijdens de Kraanwaterdag.
  • 125.000 klanten hebben de vernieuwde WaterWeter ingevuld. Deze tool is gratis te gebruiken en helpt huishoudens inzicht te krijgen in hun waterverbruik en geeft persoonlijke bespaartips.

Acties zakelijk gebruik 2025:

  • We reikten voor het eerst de Duurzaam Water Award uit aan een grote klant die grote stappen heeft gezet voor drinkwaterbesparing. Lelystad Airport Businesspark had de primeur.
  • Voor circulair watergebruik in de industrie is in Flevoland het initiatief genomen voor het Platform Industrieel Watergebruik Flevoland. Industrie, kennisinstellingen, overheden en Vitens werken samen aan effectieve oplossingen voor het drinkwatertekort. In andere regio’s zijn we betrokken via de Waterkoplopers Industrie Overijssel, Waterkoplopers Industrie Gelderland en Circulair Friesland.
  • Tijdens het event ‘WijWater’ op de Zwarte Cross is het project FoodSafe Water gelanceerd. Hiermee begeleidt Vitens bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie bij hergebruik van proceswater.
  • Twaalf hogescholen en universiteiten hebben in 2025 het waterbespaarpakket besteld. Hiermee worden tot 200.000 studenten bereikt met posters, zandlopers voor douches en kranen, folders, wc-stickers en grote staande campagneborden. In eerder uitgevoerde pilots leverde dit een drinkwaterbesparing op van ruim 12%.
  • Wij zijn partner bij diverse verkenningen naar kansrijke samenwerkingsprojecten in de waterketen: Waterrotonde Nijkerk-Putten, effluent Zuiderzeeland en McCain t.b.v. betonfabriek, effluent Wetterslip Fryslân t.b.v. textielwasserij Bolsward, effluent Vechtstromen t.b.v. industrie Twente.
  • Vanaf 2025 hanteert Vitens een verhoogd tarief voor bedrijven die meer dan 100.000 m3 drinkwater per jaar verbruiken voor grotendeels niet-huishoudelijke toepassingen. Het tarief (exclusief btw) voor dit zogenoemde "Ander water" bedraagt €1,34 per m3, tegenover €1,15 per m3 voor regulier zakelijk verbruik. Deze maatregel stimuleert bedrijven om te investeren in waterbesparende technieken en alternatieve bronnen.
  • Het plaatsen van slimme watermeters (AMR) bij klein-zakelijke klanten waardoor klanten sneller en nauwkeuriger inzicht krijgen in het waterverbruik (KT/MT).
Maatstaven en doelstellingen

Om te kunnen voldoen aan de drinkwatervraag zet Vitens in op extra vergunningen en het vergroten van de productiecapaciteit én op het verkleinen van de vraag. Wij werken mee aan de uitvoering van het Nationaal Plan van Drinkwaterbesparing. Daarin zijn de doelstellingen voor 2035 vastgelegd: 100 liter per persoon per dag voor alle huishoudens en 20% besparing bij alle bedrijven in het verzorgingsgebied t.o.v. het gemiddeld jaarverbruik over de periode 2016-2019. 

Vitens hanteert twee maatstaven om de voortgang en effectiviteit van haar beleid voor waterbesparing te meten en te sturen:

  • Gemiddeld drinkwatergebruik per persoon per dag in liters.
  • Ontwikkeling zakelijke drinkwatervraag in procenten t.o.v. het gemiddeld jaarverbruik over de periode 2016-2019.
Maatstaf Doelstelling 2025* Resultaat 2025 Resultaat 2024
Gemiddeld drinkwatergebruik per persoon per dag in liters ** 125 119,1 119,5
Ontwikkeling zakelijke drinkwatervraag in % t.o.v. 2016-2019 -6,3% -0,6% -1,8%
Toelichting:

Huishoudens: het gemiddelde verbruik ligt op 119,1 liter per persoon per dag en ruim onder de doelstelling voor 2025 van 125 liter. Hiermee is de ingezette daling na 2020 bestendigd, maar verdere reductie is nodig om de 2035-doelstelling van 100 liter te halen.

Zakelijk gebruik: de reductie bedraagt slechts 0,6% ten opzichte van 2016-2019, terwijl de reductie vorig jaar nog 1,8% was. De doelstelling voor 2025 is een reductie van 6,3%. Ondanks onze initiatieven blijven we achter op onze doelstelling. Voor een deel komt dat door autonome ontwikkelingen: economische groei en groei van het aantal zakelijke klanten. Initiatieven voor drinkwaterbesparing zijn onvoldoende om die autonome ontwikkeling te compenseren. Anderzijds bereiken we met onze initiatieven nog maar een beperkt deel van de kleine zakelijke klanten en is drinkwaterbesparing bij grote zakelijke klanten voor een groot deel afhankelijk van sturende maatregelen vanuit het Rijk via het Nationaal Plan van Aanpak. Zoals de Algemene Rekenkamer rapporteerde in mei 2025 komen die maatregelen traag op gang. Tot slot heeft er een administratieve correctie plaatsgevonden in de classificatie van klanten, waardoor het aandeel zakelijk gebruik is gestegen.

3.2.3 Biodiversiteit en ecosystemen

Vanuit de strategie zorgen wij samen met onze omgeving voor voldoende schoon, betrouwbaar en toegankelijk drinkwater. Nu en later. Duurzaamheid en natuur vormen hierbij een belangrijke basis: wij werken aan een groene bedrijfsvoering ten behoeve van een veerkrachtige infrastructuur. Natuur en drinkwater gaan hierdoor hand in hand. Een gezonde natuur is de beste bescherming van onze bronnen. We noemen de bodem van onze natuurgebieden (onze waterwingebieden) daarom ook wel ‘Filter Nul’. Om schoon water te behouden, voeren we ecologisch beheer uit in onze waterwingebieden. Dat wil zeggen dat we geen gebruikmaken van bestrijdingsmiddelen of meststoffen en juist zoveel mogelijk de natuurlijke processen van de natuur ondersteunen. Want hoe schoner de bodem, hoe schoner het grondwater, en hoe minder zuivering er nodig is om er drinkwater van te kunnen maken. Vitens maakt geen gebruik van biodiversiteitscompensatie; wij zetten volledig in op het voorkomen van negatieve effecten en het versterken van biodiversiteit in onze eigen waterwingebieden. Daarnaast leveren we met het ecologisch beheer een bijdrage aan behoud en herstel van biodiversiteit en versterken we bestaande natuurnetwerken en groen-blauwe dooradering van het landschap.

Landdegradatie

Impact-, risico- en kansenmanagement

Door het oppompen van grondwater in onze waterwingebieden kan de freatische grondwaterstand (het niveau van het grondwater dat dicht bij het oppervlak ligt) in sommige gebieden dalen of kunnen grondwaterstromen wijzigen. Dit kan lokaal negatieve gevolgen hebben voor grondwaterafhankelijke natuur. Hierdoor is sprake van een fysiek risico.

Ieder waterwingebied bevindt zich in een unieke omgeving met specifieke kenmerken op het gebied van natuur en biodiversiteit. Daarom hanteren wij voor onze waterwingebieden geen generieke aanpak, maar stellen wij een natuurbeheerplan op per waterwingebied, dat aansluit op de lokale omstandigheden. Kernactiviteiten in deze gebieden zijn het periodiek maaien en afvoeren van vegetatie, het schonen van watergangen, vijvers en poelen, en het uitvoeren van dunningen in bosopstanden. Daarnaast verwijderen we opslag van houtige begroeiing, bestrijden we invasieve soorten, planten we waar nodig bomen en struiken aan en passen we ringen van bomen toe om de structuur en biodiversiteit te versterken. 

In onderstaande kaart zijn de waterwingebieden opgenomen die in Natura 2000-gebieden liggen. Dit zijn in totaal 25 waterwingebieden. In de komende jaren breiden we deze kaart uit met waterwingebieden die zich nabij Natura 2000-gebieden bevinden.

In de onderstaande tabel heeft Vitens de impact, risico’s en kansen (IRO’s) van het oppompen van grondwater in kaart gebracht.

Sub-topic Omschrijving materiële impacts en/of financiële risico's en kansen (eigen operatie en waardeketen)
Impact materialiteit Impact (negatief):
• Grondwateronttrekking leidt in de omgeving van de winningen mogelijk tot een grondwaterstandsdaling of heeft lokaal een mogelijk negatieve impact op grondwaterafhankelijke natuur. Gezonde natuur is belangrijk i.v.m. de zuiverende werking van een gezonde bodem.
   
Financiële materialiteit Risico:
• Mogelijk moeten locaties gesloten/verplaatst worden om de natuur te ontzien en/of moet Vitens extra zuiveren omdat er meer vervuiling in het water aanwezig is.
Beleid, acties, maatstaven en doelstellingen
Beleid

Vitens heeft het Beleid Drinkwater & natuur. Hierin is bepaald dat we zorgen voor een optimale inrichting van de terreinen om bestaande natuurwaarden en biodiversiteit te behouden en waar mogelijk te vergroten. Vanuit de natuurbeheerfunctie helpen de natuurbeheerplannen om dit te monitoren. Dit is opgenomen in het Beleid Beheerplannen & monitoring natuurterreinen Vitens. 

Vitens beheert ruim 3.300 hectare natuur verspreid over 104 waterwingebieden en zet zich actief in voor het behoud en herstel van biodiversiteit op eigen terreinen. Voor de meeste waterwingebieden in eigen beheer laat Vitens een natuurbeheerplan opstellen. Deze plannen volgen een vaste cyclus en gestandaardiseerde indeling, gericht op hoogwaardig ecologisch beheer en het monitoren van natuurwaarden en biodiversiteitskansen. Ze bevatten onder andere een:

  • gebiedsbeschrijving;
  • terugblik van het gevoerde beheer;
  • veldmonitoring van het totale gebied van de aanwezige flora;
  • overzicht van de gevalideerde waarnemingen van fauna inclusief veldwaarnemingen;
  • aan- of afwezigheid van invasieve exoten;
  • meetlat biodiversiteit als ondersteunend instrument wat goed gaat in het terrein en waar verbeterpunten zitten voor randvoorwaarden;
  • gebiedsvisie komende tien jaar;
  • benodigde beheer- en inrichtingsmaatregelen voor versterking en behoud biodiversiteit van het terrein.

Jaarlijks worden zeven tot acht plannen geactualiseerd.

Acties
  • In 2025 zijn er acht natuurbeheerplannen geactualiseerd (KT).
Maatstaven en doelstellingen

Vitens werkt binnen wettelijke kaders zoals de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en provinciale verordeningen, waarbij de provincie als bevoegd gezag optreedt voor vergunningen en handhaving. Bij nieuwe winningen vragen wij vergunningen aan en voeren wij de benodigde onderzoeken uit, zoals milieueffectrapportages en ecohydrologische studies. Door de vergunningsaanvraag en bijbehorende onderzoeken zijn wij compliant aan (inter)nationale wetgeving wat geldt voor het Natuurnetwerk Nederland en voor Natura 2000 gebieden. Deze wetgeving is erop gericht om overschrijding van ecologische drempelwaarden te voorkomen. Deze drempelwaarden monitoren wij zelf niet, maar bij het voldoen aan de vergunningsvereisten voldoet Vitens aan de gestelde normen door bevoegd gezag. Doordat Vitens compliant is, blijft zij met haar activiteiten binnen de grenzen van het watersysteem, wat onomkeerbare schade voorkomt in deze gebieden. Beschermde soorten worden gemonitord indien relevant voor de werkzaamheden of voor de naleving van wetgeving en beleid. Na vergunningverlening rapporteren wij maandelijks over de onttrokken volumes.

Om de natuurfunctie en biodiversiteitsontwikkeling van de waterwingebieden in eigen beheer goed te volgen, laat Vitens 84 natuurbeheerplannen opstellen door een externe partij met gespecialiseerde kennis van ecologie en natuurbeheer. Voor niet alle waterwingebieden wordt een natuurbeheerplan opgesteld, dit ligt vooral in het feit dat het beheer dan bij een externe partij ligt. De natuurbeheerplannen worden in een cyclus van tien jaar geactualiseerd, waarbij na afloop van elke termijn opnieuw wordt gekeken naar de doelstellingen per waterwingebied. De doelstelling hierbij is om biodiversiteit te behouden en waar mogelijk te verbeteren. Door deze herhaling ontstaat een consistente basis voor monitoring en sturing op biodiversiteitsontwikkeling. 

De huidige tienjaarstermijn is gestart in 2018 en eindigt in 2027. Doel is op gestandaardiseerde en consistente wijze per jaar zeven tot acht natuurbeheerplannen te monitoren en dit langere tijd vol te houden om de terreinen goed te volgen en daarmee in te zetten op behoud en ontwikkeling van biodiversiteit. Tot en met 2025 zijn er 62 van de 84 natuurbeheerplannen geactualiseerd wat 74% betekent van de huidige cyclus. In verband met voornamelijk extern beheer stelt Vitens niet voor alle waterwingebieden een natuurbeheerplan op. Vanaf 2028 start een nieuwe cyclus vanuit een aanbesteding met mogelijk een langere doorlooptijd.

Maatstaf Doelstelling 2025 Resultaat 2025 Resultaat 2024
% geactualiseerde natuurbeheerplannen 77% 74% 64%
Toelichting

De huidige tienjaarscyclus eindigt in 2027. Met de huidige capaciteit kunnen er jaarlijks zeven tot acht natuurbeheersplannen worden opgeleverd. Dit betekent dat er eind 2027 voor niet alle gebieden een natuurbeheersplan is opgeleverd. Voor de nieuwe cyclus wordt geëvalueerd hoeveel natuurbeheerplannen er jaarlijks opgeleverd kunnen worden en welke termijn er voor de cyclus wenselijk is om de doelstellingen ervan te realiseren. 

Impacts op en afhankelijkheden van ecosystemen

Grondwater is onze primaire grondstof voor drinkwater. Het beschermen van deze bronnen is daarom essentieel voor Vitens. De kwaliteit ervan wordt beïnvloed door bovengrondse activiteiten zoals landbouw, industrie en woningbouw. Bodemverontreiniging schaadt onze bronnen direct: hoe schoner het grondwater, hoe eenvoudiger de zuivering.

Impact-, risico- en kansenmanagement

De kwaliteit van onze grondwaterbronnen komt steeds meer onder druk te staan door toenemende vervuiling, onder meer door opkomende stoffen zoals PFAS, medicijnresten, drugslozingen en bestrijdingsmiddelen. Door de toename van complexe verontreinigingen wordt het zuiveren van grondwater steeds uitdagender en duurder. Op sommige productielocaties zijn aanvullende zuiveringsstappen of innovatieve technieken zoals membraanzuivering nodig. Deze maatregelen gaan gepaard met aanzienlijke kosten. 

In de onderstaande tabel heeft Vitens de impact, risico’s en kansen (IRO’s) hiervan in kaart gebracht.

Sub-topic Omschrijving materiële impacts en/of financiële risico's en kansen (eigen operatie en waardeketen)
Impact materialiteit Impact (positief):
• Door het beheer van waterwingebieden en het benutten van de zuiverende werking van de bodem draagt Vitens bij aan het behoud van schone drinkwaterbronnen en een schone bodem. Dit heeft een positieve impact op de kwaliteit van het drinkwater en het ecosysteem.
   
Financiële materialiteit Risico:
• Bodemverontreiniging en vergrijzing van het grondwater kan leiden tot extra zuiveringstappen van het grondwater.
• Als grondwaterbronnen besmet raken, kan dit de beschikbaarheid van drinkwater beperken.
Beleid, acties, maatstaven en doelstellingen
Beleid

Vitens zet zich actief in voor de bescherming van grondwaterbronnen en werkt binnen duidelijke wettelijke kaders aan een duurzame drinkwatervoorziening. Provincies bepalen waar drinkwater gewonnen mag worden en stellen regels op om deze gebieden te beschermen. Binnen deze kaders zorgen wij ervoor dat onze activiteiten zorgvuldig worden uitgevoerd, met oog voor bodem- en waterkwaliteit.

Voor de bescherming van de grondwaterbronnen is geen formeel beleid aanwezig, maar we hanteren strategische uitgangspunten. In grondwaterbeschermingsgebieden werken we aan het realiseren van de 'Visie Landbouw en Bodem'. Het doel van de visie is om een duurzame, klimaatrobuuste drinkwatervoorziening te realiseren. Dit willen we bereiken door actief samen te werken met landbouw (grondgebruikers, coöperaties, collectieven), natuurorganisaties en andere omgevingspartners. Samen werken we aan het verbeteren van de bodemkwaliteit en het voorkomen van verdere vervuiling van onze bronnen. 

Daarnaast opereert Vitens binnen internationale en nationale regelgeving, waaronder de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij nieuwe winningen worden vergunningen aangevraagd, inclusief benodigde onderzoeken zoals milieueffectrapportages en ecohydrologische studies. Belangrijke vergunningen zijn de waterwetvergunning en, indien van toepassing, de natuurvergunning. Deze zorgen voor duidelijke randvoorwaarden en minimale impact op het watersysteem.

Acties

We werken op verschillende niveaus samen met provincies, gemeenten, natuurorganisaties, ministeries, waterschappen en landelijke werkgroepen om de kwaliteit van het grondwater te verbeteren. Deze samenwerking richt zich op het beschikbaar houden van schoon water voor landbouw, natuur en drinkwaterproductie. 

In 2025 uitgevoerde acties met effect op korte termijn: 

  • Overleggen over opstellen gebiedsdossiers en uitvoeringsprogramma’s 
    • Regionaal niveau (per provincie)
    • Landelijk niveau (Gebiedsdossier Rijn)

Acties vanaf 2025 met effect op (middel)lange termijn:

  • Kennissessies organiseren (landbouw, kwaliteit van de bronnen, drinkbare rivieren);
  • Regiodeal Drinkbare IJssel (lozingen in beeld, schone landbouw in uiterwaarden, het verhaal van de IJssel) 2025-2028; Vitens is partner;
  • Regiodeal Drinkbare Vecht (ambassadeurs zoeken, tips voor de inwoners en bezoekers van het Vechtdal voor een schone rivier, activiteiten voor jongeren voor bewustwording) 2025-2028; Vitens is partner.

Doorlopende acties met effect op (middel) lange termijn:

  • Dialoog voeren met grondgebruikers, bedrijven en industrie in en rondom grondwaterbeschermingsgebieden;
  • Deelnemen aan landelijke werkgroepen over opkomende stoffen en uitspoeling van bestrijdingsmiddelen; 
  • Kennisontwikkeling en beleidsbeïnvloeding richting wetgevers en ministeries, in samenwerking met Vewin en RIWA Rijn.
Maatstaven en doelstellingen

De aangetroffen vervuiling in de drinkwaterbronnen analyseren we jaarlijks met behulp van de verontreinigingsindex (VI).

De verontreinigingsindex heeft als doel om de verontreinigende stoffen in het opgepompte grondwater te meten om daarmee te kunnen bepalen, met welke verontreinigende stoffen Vitens als drinkwaterbedrijf wordt geconfronteerd. Voor de verontreinigingsindex wordt beoogd dat deze niet verslechtert (c.q. dus constant blijft of verbetert) ten opzichte van het voorgaande jaar. De uitkomst van de verontreinigingsindex wordt niet door een derde partij beoordeeld. Omdat sommige stoffen die nu worden gemeten al tientallen jaren geleden in het grondwater terecht zijn gekomen, is de directe invloed van Vitens op de index op korte termijn beperkt. 

De verontreinigingsindex geeft een indicatie van de mate van verontreiniging van de grondwaterbronnen. De index geeft het verschil aan tussen de huidige situatie en de bronwaarden (streefwaarden die Vitens hanteert voor het ruwe water). Deze maatstaf is bedoeld om trends op de lange termijn te tonen. De uitkomsten van de verontreinigingsindex worden gedeeld met ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen en vormen input voor beleidsvorming, zoals het aanpassen van regelgeving over vervuilende stoffen of normen aan te scherpen richting de vervuilers.    

De index laat zien hoeveel van welke stoffen in het ruwe water of bronwater voorkomen. Hoe hoger de index, hoe hoger het aantal ongewenste stoffen en/of de concentraties daarvan. De stoffen zijn onderverdeeld in vier groepen: macroparameters (nitraat, sulfaat, hardheid), bestrijdingsmiddelen, geneesmiddelen en overige industriële stoffen. Deze stoffen worden gemeten in het ruwwater van elk van onze winlocaties. Een uitkomst van 0 betekent dat er voor die stof geen overschrijding van de bronwaarde is. Alles boven een uitkomst van 0 laat een overschrijding zien. Een uitkomst van 100 betekent de hoogste mate van overschrijding. Per waterwingebied tellen we van alle stoffen de overschrijdingen op. Vervolgens nemen we het gemiddelde van alle winlocaties. Dit is de verontreinigingsindex.

Maatstaf Doelstelling 2025 Resultaat 2025 Resultaat 2024
Verontreinigingsindex (lange termijn) 377 427 380
Toelichting

De verslechtering van de verontreinigingsindex komt vooral door een aanscherping van de normen (verlaging van de bronwaarde) van een viertal stoffen. Hierbij lopen wij vooruit op de vaststelling van de nieuwe drinkwaternormen voor PFAS en metabolieten van het bestrijdingsmiddel metolachloor. 

Het effect van de aanscherping van de normen resulteert in een verslechtering van 72 in de verontreinigingsindex. Met andere woorden: op basis van de gehanteerde normen (bronwaarden) in de verontreinigingsindex van vorig jaar, zou de verontreinigingsindex uitgekomen zijn op 355. 

Top 10 verontreinigingsindex

Ter verduidelijking van de verontreinigingsindex (VI) volgt hier een overzicht van de top 10 die bijdragen aan de verontreinigingsindex, in welke mate en de bijbehorende stof(sub)groepen. 

Totstandkoming indexfactor: Stel de bronwaarde is 0,1 ug/L en er is 0,3 ug/l gemeten, dan is de overschrijding 0,2 ug/L. De overschrijding wordt voor de verontreinigingsindex uitgedrukt in een factor ten opzichte van de meting. Hierbij wordt 0,2 gedeeld door 0,3 en vermenigvuldigd met 100. Dit resulteert in een uitkomst van 66. Dit is dan de bijdrage in de verontreinigingsindex. 

Stof Stofgroep Stofsubgroep Bronwaarde (Streefwaarde voor lange termijn) in ug/L Bijdrage in VI 2025 (waarde 427)
EDTA Industriële stoffen Complexvormers 0,1 43
Trifluoroacetic acid (TFA) Industriële stoffen PFAS 0,1 37
Som PFAS Industriële stoffen PFAS 0,44 in ng PEQ/l 34
Metolachloor (ESA) Bestrijdingsmiddelen Herbiciden 0,01 28
Metolachloor (OA) Bestrijdingsmiddelen Herbiciden 0,01 27
Totale Hardheid Algemene stoffen Hoofdparameters 1,4 in mmol/L 26
MTBE Industriële stoffen Ethers 0,01 17
Tertiair Butanol Industriële stoffen Overige organische stoffen 0,1 16
Bentazon Bestrijdingsmiddelen Herbiciden 0,01 15
Dibutyl phthalate (DBP) Industriële stoffen Ftalaten 0,01 13