5.5 Toelichting op jaarrekening
Algemeen
Vitens is een naamloze vennootschap. Vitens heeft zijn domicilie in Zwolle, Nederland en is statutair gevestigd in Zwolle (KvK 050.69.581), kantoorhoudende te Oude Veerweg 1, 8019 BE Zwolle, en waarvan de aandelen worden gehouden door gemeenten en provincies in haar verzorgingsgebied. De belangrijkste activiteiten van Vitens zijn het oppompen van grondwater, het zuiveren en distribueren van dit drinkwater naar de klant. Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2025 dat eindigde op de balansdatum van 31 december 2025. Deze jaarrekening 2025 is op 13 maart 2026 opgemaakt door de Raad van Bestuur en door de Raad van Commissarissen. De Raad van Commissarissen zal de jaarrekening ter vaststelling voorleggen aan de Algemene Vergadering op 23 april 2026.
IFRS Accounting Standards
De jaarrekening van Vitens is opgesteld in overeenstemming met IFRS Accounting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie en de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW. Vanaf boekjaar 2025 maakt Vitens geen geconsolideerde jaarrekening meer op, aangezien Vitens geen dochterondernemingen meer heeft (deze zijn in 2024 geliquideerd). Vitens heeft tot en met boekjaar 2024 IFRS Accounting Standards toegepast in de geconsolideerde jaarrekening, en heeft voor de enkelvoudige jaarrekening de grondslagen van de geconsolideerde jaarrekening gehanteerd op grond van artikel 2:362 lid 8 BW. Als gevolg van het niet meer opmaken van een geconsolideerde jaarrekening, is het hanteren van de geconsolideerde grondslagen in de enkelvoudige jaarrekening niet meer beschikbaar, Vitens heeft er voor gekozen om voor de eerste keer IFRS Accounting Standards toe te passen in haar enkelvoudige jaarrekening volgens IFRS 1 ‘Eerste Toepassing van International Financial Reporting Standards'.
Vitens heeft geen gebruik gemaakt van vrijstellingen in IFRS 1. Ook voor de waardering van geassocieerde deelnemingen en joint ventures heeft Vitens er voor gekozen om deze te blijven waarderen volgens de equity methode in overeenstemming met IAS 27.10(c). Deze eerste toepassing van IFRS heeft geen gevolgen voor de verwerking en waardering van de activa en verplichtingen in de balans en de verantwoording van de resultaten in de winst-en-verliesrekening, aangezien deze grondslagen reeds in overeenstemming waren met IFRS. Er is dan ook geen aansluitingsoverzicht noodzakelijk voor eigen vermogen en/of resultaat voor de overgang naar IFRS.
Grondslagen en presentatie voor de balans, winst-en-verliesrekening en overzicht totaalresultaat, het mutatieoverzicht eigen vermogen en het kasstroomoverzicht zijn in overeenstemming gebracht met de uitgangspunten van IAS 1 (inclusief vergelijkende cijfers) en de openingsbalans van 2024 volgens IFRS 1. De toelichtingsvereisten zijn gebaseerd op de relevante IFRS-standaarden e.e.a. zoals deze reeds waren opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening tot en met 2024, aangevuld met de wettelijke toelichtingsvereisten op grond van artikel 2:362 lid 9 BW.
De belangrijkste grondslagen voor waardering en resultaatbepaling die zijn gehanteerd bij het opstellen van de enkelvoudige jaarrekening worden hierna beschreven. Het historische kostenprincipe wordt gehanteerd. In afwijking hiervan geldt dat bepaalde activa en verplichtingen, met name dienstwoningen en derivaten, tegen reële waarde worden gewaardeerd. Tenzij anders vermeld, zijn deze waarderingsgrondslagen consistent toegepast voor alle boekjaren die in deze jaarrekening zijn opgenomen. De jaarrekening is gepresenteerd in miljoenen euro’s (functionele en presentatie valuta) en afgerond naar het dichtstbijzijnde getal.
Reclassificatie 2025
In de jaarrekening van 2025 hebben diverse reclassificaties plaatsgevonden met als doel om de leesbaarheid en het inzicht voor de lezers van de jaarrekening te verbeteren. De vergelijkende cijfers zoals opgenomen in de jaarrekening 2025 zijn hiervoor aangepast. De volgende aanpassingen hebben plaatsgevonden in de vergelijkende cijfers:
• Kortlopende lening Facturatie BV (€ 2,9 miljoen) voorheen verantwoord onder de handels- en overige vorderingen, in huidige jaarrekening verantwoord onder overige financiële activa;
• Herwaarderingsreserve IFRS transitie (€ 7,3 miljoen) en wettelijke reserve deelnemingen (€ 4,7 miljoen) voorheen verantwoord onder Overige reserves, in huidige jaarrekening separaat verantwoord;
• Het kortlopende deel van de posten derivaten (€ 0,6 miljoen), lease verplichtingen (€ 5,7 miljoen), egalisatierekening bijdrage derden (€ 6,6 miljoen) en rentedragende leningen (€ 60,0 miljoen) voorheen verantwoord onder handelsschulden en overige te betalen kosten, in huidige jaarrekening separaat verantwoord;
• Kortlopende belastingverplichtingen (€ 17,9 miljoen), rentedragende verplichtingen (€ 35,3 miljoen) en overlopende passiva (€ 16,2 miljoen) voorheen separaat verantwoord, in huidige jaarrekening onder de handelsschulden en overige te betalen posten verantwoord.
Continuïteit
Vitens heeft de jaarrekening voor het boekjaar 2025 opgesteld op basis van het continuïteitsbeginsel, dat uitgaat van de continuïteit van de lopende bedrijfsactiviteiten en de realisatie van activa en de afwikkeling van de verplichtingen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening.
Nieuwe en gewijzigde IFRS-standaarden
Uit onze analyse blijkt dat zowel de vastgestelde standaarden als de nog te bekrachtigen standaarden geen materiële impact hebben op het vermogen, de kasstromen en het resultaat van Vitens en dat geen sprake is van significante additionele toelichtingen. Om die reden zijn de gevolgen van deze wijzigingen voor Vitens niet in detail toegelicht in deze jaarrekening.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De waarderingsgrondslagen en methode voor het bepalen van het resultaat zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand boekjaar, met inachtneming van wijzigingen in standaarden en interpretaties die met ingang van 1 januari 2025 van kracht zijn.
Immateriële vaste activa
De post immateriële vaste activa is onderverdeeld in de volgende categorieën (met tussen haakjes de gehanteerde afschrijvingstermijn):
• software, ontwikkelingskosten en licenties (3-7 jaar);
• werken in uitvoering (geen afschrijving).
De investeringen in software, ontwikkelingskosten en licenties gedurende het boekjaar worden gewaardeerd tegen de aanschaffingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en de cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Onder aanschaffingsprijs wordt verstaan de verkrijgingsprijs, hetzij de vervaardigingsprijs, hetzij waardering op reële waarde in de situatie van overgenomen vennootschappen. De kostprijs van zelfvervaardigde immaterieel actief bestaat uit directe kosten van vervaardiging en toeslagen voor indirecte productiekosten. De kosten van zelfvervaardige immaterieel actief in de ontwikkelingsfase worden geactiveerd en de kosten met betrekking tot onderzoeksfase worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Immateriële vaste activa worden afgeschreven op basis van de lineaire methode over de verwachte gebruiksduur, indien de gebruikersduur bepaalbaar is. Indien het een immaterieel actief zonder bepaalbare gebruikersduur betreft, vindt er geen afschrijving plaats. Jaarlijks zal voor immateriële vaste activa zonder bepaalbare gebruikersduur en welke nog niet in gebruik is een impairment beoordeling plaatsvinden. De afschrijving start op moment van ingebruikname van het betreffende actief.
Materiële vaste activa
De post materiële vaste activa is onderverdeeld in de volgende categorieën (met tussen haakjes de gehanteerde afschrijvingstermijn):
• bedrijfsgebouwen (40 jaar), terreinvoorzieningen (15 jaar), terreinen (grond) (geen afschrijving);
• productiebedrijven civieltechnisch (40 jaar), elektrotechnisch en werktuigbouwkundig (15 jaar);
• overige machines en installaties (5-15 jaar);
• leidingen: transport en hoofdleidingen (50 jaar), aansluitleidingen (33 1/3 jaar) en watermeters (10-15 jaar);
• andere vaste bedrijfsmiddelen (3-5 jaar);
• kantoorgebouwen (40 jaar);
• werken in uitvoering (geen afschrijving);
• reserve onderdelen (geen afschrijving).
Bedrijfsgebouwen en terreinen, kantoren, machines en installaties, leidingen en andere vaste bedrijfsmiddelen worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs of de vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en de cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Als eerste waardering bij toepassingen van IFRS heeft waardering tegen reële waarde plaatsgevonden. Deze reële waarde wordt verondersteld als deemed cost waarbij afschrijvingen jaarlijks in mindering worden gebracht.
Dienstwoningen zijn woningen die staan op waterwingebieden van Vitens en worden verhuurd tegen marktconforme huurprijzen aan (ex-)Vitens werknemers. Vitens merkt deze woningen aan als materieel vast actief in overeenstemming met IAS 16, waarbij waardering plaatsvindt tegen reële waarde en mutaties in het eigen vermogen worden verantwoord (herwaarderingsreserve). De reële waarde wordt onder andere afgeleid van de WOZ-waarde van de laatst ontvangen WOZ beschikking. Voor de ongerealiseerde waardewijzigingen wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
Investeringen gedurende het boekjaar worden gewaardeerd tegen de aanschafprijs verminderd met eventueel verkregen subsidies en overige bijdragen. Onder aanschaffingsprijs wordt verstaan de verkrijgingsprijs, hetzij de vervaardigingsprijs, hetzij waardering op reële waarde in de situatie van overgenomen vennootschappen. De kostprijs van zelfvervaardigde activa bestaat uit directe kosten van vervaardiging en toeslagen voor indirecte productiekosten.
De kosten die voor ten minste één verslagperiode worden gemaakt voor de vervaardiging of aanschaf van een materieel vast actief respectievelijk na het moment van ingebruikname worden slechts geactiveerd indien aannemelijk is dat deze kosten toekomstige economische voordelen zullen genereren, economische eigendom is en mits deze kosten betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Afhankelijk van de situatie worden deze investeringen begrepen in de boekwaarde van de desbetreffende activa of worden deze separaat geactiveerd. De boekwaarde van het oorspronkelijke actief wordt gedesinvesteerd bij vervanging.
Materiële vaste activa worden afgeschreven op basis van de lineaire methode over de verwachte gebruiksduur van de verschillende componenten waaruit het betrokken actief bestaat. De afschrijving start op moment van ingebruikname van de betreffende activa.
In de overige machines en installaties zitten tevens membranen en watermeters.
De verwachte gebruiksduur, de restwaarde en afschrijvingsmethoden worden jaarlijks geëvalueerd en indien nodig aangepast. Winsten of verliezen bij afstoting worden bepaald aan de hand van de opbrengsten en de op moment van afstoting geldende boekwaarde.
Toerekening van rentekosten vindt plaats in overeenstemming met IAS 23 aan projecten in aanbouw. Rentekosten worden toegerekend aan projecten met een verwachte looptijd langer dan 12 maanden. Toerekening van rentekosten vindt plaats op basis van de gewogen gemiddelde rente over de rentedragende schulden.
De reserveonderdelen staan ten dienste aan de overige materiële vaste activa.
Bijzondere waardeverminderingen vaste activa
Indien omstandigheden hiertoe aanleiding geven, wordt vastgesteld of sprake is van bijzondere waardevermindering van materiële vaste activa. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van deze activa. Voor de activa is de realiseerbare waarde gelijk aan de hoogste van de reële waarde minus verkoopkosten of de bedrijfswaarde. De bedrijfswaarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen.
Het bedrag van de afwaardering wordt ten laste gebracht van de winst- en verliesrekening en zichtbaar in noot [19] afschrijvingen. Nadat een verlies wegens bijzondere waardevermindering is verwerkt, wordt de jaarlijkse afschrijving aangepast aan de herziene boekwaarde verminderd met de restwaarde. Indien het bedrag van de afwaardering groter is dan de boekwaarde van het actief, moet worden bezien of een voorziening op basis van verplichtingen moet worden gevormd.
Activa met gebruiksrecht
Activa met gebruiksrecht worden gewaardeerd tegen kostprijs. Deze kostprijs bestaat uit het bedrag van de eerste waardering van de contante leaseverplichting en de gemaakte initiële directe kosten verminderd met afschrijvingen gedurende het boekjaar. Na de eerste opname wordt het met gebruiksrecht overeenstemmende actief afgeschreven over de gebruiksduur van de onderliggende activa. Het afschrijvingsregime van activa met gebruiksrecht wordt bepaald op basis van de looptijd van het contract.
Bij de bepaling van de leaseverplichtingen en de gebruiksrechten worden de bekende rentepercentages gehanteerd.
Geassocieerde deelnemingen en joint ventures
Geassocieerde deelnemingen zijn die entiteiten waar Vitens, direct of indirect, invloed van betekenis uitoefent op het financiële en operationele beleid, maar waar het geen beslissende zeggenschap over heeft. Over het algemeen is hier sprake van als Vitens tussen de 20% en 50% van de stemrechten kan uitoefenen. Geassocieerde deelnemingen worden bij verwerving gewaardeerd tegen kostprijs (zijnde de reële waarde) en vanaf dat moment worden waardemutaties van de geassocieerde deelnemingen direct opgenomen in de winst- en verliesrekening (equity methode).
Bij een negatieve vermogenswaarde worden verliezen op deelnemingen verwerkt tot het bedrag van de netto-investering in de deelneming. In deze netto-investering zijn ook leningen begrepen die aan deelnemingen zijn verstrekt, voor zover deze feitelijk deel uitmaken van de netto-investering. Voor het aandeel in verdere verliezen wordt uitsluitend een voorziening opgenomen indien en voor zover op grond van juridische verplichtingen wordt ingestaan voor de schulden van de deelneming of indien er een feitelijke verplichting is om de deelneming (voor het aandeel) tot betaling van de schulden in staat te stellen.
Joint ventures zijn overeenkomsten waarbij Vitens, tezamen met een of meerdere partijen, activiteiten uitvoert waarbij alle partijen gezamenlijk de zeggenschap uitoefenen. Investeringen in geassocieerde deelnemingen waarop Vitens invloed van betekenis uitoefent en belangen in joint ventures worden gewaardeerd volgens de equity methode. De boekwaarde van de geassocieerde deelneming of de joint venture omvat de goodwill die bij de overname is betaald en het aandeel van Vitens in de wijzigingen in het eigen vermogen van de geassocieerde deelnemingen, respectievelijk joint venture na het moment van overname.
Indien er een bijzondere waardevermindering zich heeft voorgedaan, wordt de waarde van het actief bepaald conform IAS 36 "bijzondere waardevermindering van activa". Een verlies wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.
Financiële activa
De financiële activa betreffen verstrekte leningen en vorderingen en zijn gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs verminderd met eventuele bijzondere waardeverminderingen.
Derivaten
Bij de gewone bedrijfsuitoefening wordt gebruikgemaakt van derivaten (financiële instrumenten) om renterisico’s te beperken. Het doel van dit beheer is de invloed van veranderingen in rentetarieven op de resultaten te beperken.
Rentederivaten worden gebruikt om de leningenportefeuille te sturen op het gewenste risicoprofiel en worden niet gebruikt voor speculatieve of handelsdoeleinden. Deze rentederivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde vanaf het moment dat het contract is afgesloten (trade date). De reële waarde is een resultante van de ontwikkelingen van de marktrente en de vastgestelde rente van het onderliggende derivaat. Veranderingen in de reële waarde van derivaten worden direct verantwoord in het eigen vermogen. De afgesloten rentederivaten worden aangemerkt als hedge-instrumenten.
Vitens hanteert onderstaande waarderingshiërarchie:
• niveau 1: genoteerde (niet-aangepaste) koersen op actieve markten voor identieke activa of verplichtingen;
• niveau 2: overige methoden waarbij alle variabelen een significant effect op de verwerkte reële waarde hebben en direct of indirect waarneembaar zijn;
• niveau 3: methoden waarbij variabelen worden gehanteerd die een significant effect hebben op de verwerkte reële waarde, doch niet zijn gebaseerd op waarneembare marktgegevens.
De derivaten zijn in de waarderingshiërarchie gewaardeerd op de niveau-2-methode, waarbij variabelen met een significant effect op de verwerkte reële waarde direct of indirect waarneembaar zijn. Vitens hanteert een netto contante waardeberekening, rekening houdend met kredietrisico. Relevante variabelen die van toepassing zijn voor waardering derivaten betreffen (i) contante waarden van rentebetalingen en (ii) geprognosticeerde rentecurves.
Door toepassing van rentederivaten wordt een vaste cash outflow gerealiseerd. Vitens betaalt vastrentend op het derivaat, terwijl de betaalde kortetermijnrente op roll-over-leningen wordt betaald uit de ontvangst van de korte rente op het derivaat. Een hedge wordt geacht effectief te zijn indien, vanaf het begin en gedurende de looptijd van de hedge-relatie, verwacht wordt dat veranderingen van de cashflows van het gehedgde item vrijwel volledig worden afgedekt door veranderingen in de cashflows van het hedge-instrument. Is dit het geval, dan worden de schommelingen in de reële waarde van de derivaten ten gunste/ten laste van de afdekkingsreserve (eigen vermogen) verantwoord (hedge accounting). Indien het derivaat zich niet langer kwalificeert als hedge-instrument worden de schommelingen in de reële waarde ten gunste/ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.
Aandelenkapitaal
Het aandelenkapitaal wordt geclassificeerd als eigen vermogen. Het aandelenkapitaal wordt opgenomen tegen de nominale waarde van de uitgegeven aandelen. Eventuele premie boven de nominale waarde bij uitgifte van aandelen wordt verantwoord in de agioreserve binnen het eigen vermogen. Vitens heeft geen preferente aandelen of aandelen met bijzondere rechten uitgegeven.
Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit aandelenkapitaal, agioreserve, ingehouden winsten en overige reserves. Mutaties in het eigen vermogen worden gepresenteerd in het mutatieoverzicht eigen vermogen en vloeien voort uit winstbestemming, dividenduitkeringen en posten van het totaalresultaat (Other Comprehensive Income). Uitkeringen aan aandeelhouders worden verwerkt zodra deze zijn goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Er zijn geen beperkingen op de uitkeerbaarheid van reserves, anders dan wettelijk voorgeschreven.
Bijzondere waardeverminderingen financiële activa
Vitens beoordeelt op iedere verslagdatum of er sprake is van een toename van het kredietrisico van financiële activa die worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. In overeenstemming met IFRS 9 past Vitens op deze financiële activa het model voor verwachte kredietverliezen toe.
Bij eerste opname wordt een voorziening gevormd voor verwachte kredietverliezen over 12 maanden. Indien het kredietrisico significant is toegenomen sinds eerste opname, wordt een voorziening gevormd voor verwachte kredietverliezen over de resterende looptijd. Bij objectieve aanwijzingen voor waardevermindering wordt het financieel actief geclassificeerd als kredietverlies en worden levenslange verwachte kredietverliezen verwerkt. Verliezen en terugnames van verliezen worden direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt.
Waarderingen tegen reële waarde
Vitens hanteert onderstaande waarderingshiërarchie voor het bepalen van de reële waarde:
• niveau 1: genoteerde (niet-aangepaste) koersen op actieve markten voor identieke activa of verplichtingen;
• niveau 2: overige methoden waarbij alle variabelen een significant effect hebben op de verwerkte reële waarde en direct of indirect waarneembaar zijn;
• niveau 3: methoden waarbij variabelen worden gehanteerd die een significant effect hebben op de verwerkte reële waarde, doch niet zijn gebaseerd op waarneembare marktgegevens.
In onderstaande tabel zijn de financiële activa en verplichtingen opgenomen die worden gewaardeerd tegen reële waarde. Zie voor de toelichting die gewaardeerd wordt tegen reële waarde de toelichting bij de grondslag ‘materiële vaste activa’. De toelichting bij derivaten die worden gewaardeerd tegen reële waarde staat bij de grondslag van ‘Derivaten’
| Waarderingen tegen reële waarde | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| In miljoenen euro's | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 |
| Dienstwoningen | - | - | - | - | 3,1 | 3,4 | 3,1 | 3,4 |
| Totaal activa | - | - | - | - | 3,1 | 3,4 | 3,1 | 3,4 |
| Derivaten | - | - | 2,5 | 6,8 | - | - | 2,5 | 6,8 |
| Totaal passiva | - | - | 2,5 | 6,8 | - | - | 2,5 | 6,8 |
Handels- en overige vorderingen
Handels- en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs verminderd met een voorziening voor verwachte kredietverliezen, conform IFRS 9. Vitens past het model voor verwachte kredietverliezen (expected credit loss, ECL) toe, waarbij zowel historische gegevens, actuele omstandigheden als forward-looking informatie worden meegenomen. Saldering en presentatie van handels- en overige vorderingen en ontvangen voorschotten van verbruikers vindt plaats op basis van afrekengroepen: een groeperingsmethodiek van klanten op basis van in de tijd gespreide meteropnames ter bepaling van het te factureren waterverbruik.
Een vordering wordt niet langer opgenomen wanneer de kasstromen zijn ontvangen of wanneer er geen redelijke verwachting meer is dat de vordering zal worden geïnd. Eventuele verliezen en terugnames van verliezen worden direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt.
Liquide middelen
De post liquide middelen bestaat uit banktegoeden en contanten en wordt gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, hetgeen overeenkomt met de nominale waarde. Schulden aan bankinstellingen worden verantwoord onder de rentedragende verplichtingen.
Egalisatierekening bijdragen van derden
De egalisatierekening bijdragen van derden wordt overeenkomstig IFRS 15 gewaardeerd tegen de van derden ontvangen bijdragen in aanleg van aansluitleidingen verminderd met amortisaties. De amortisatie van de egalisatierekening vindt plaats in 331/3 jaar en is gelijkgesteld aan de afschrijvingstermijn van de investeringen in aansluitleidingen. De jaarlijkse amortisatie wordt verantwoord onder de overige omzet. Het kortlopend deel van de egalisatierekening bijdragen van derden wordt verantwoord onder de kortlopende verplichtingen.
Rentedragende verplichtingen
De rentedragende verplichtingen zijn bij opname gewaardeerd tegen reële waarde onder aftrek van transactiekosten. Vervolgens vindt waardering plaats tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve rentemethode. De binnen een jaar vervallende aflossingsverplichtingen van de langlopende verplichtingen worden gepresenteerd onder de kortlopende verplichtingen.
Voorzieningen personeelsbeloning
De genoemde voorzieningen zijn bepaald op basis van veronderstellingen omtrent toekomstige ontwikkelingen van bijvoorbeeld salarissen, sociale wetgeving, verloop personeel en statistisch onderbouwde aannames ten aanzien van overleving. Dit complex van aannames in samenhang met de gehanteerde disconteringsvoeten leidt tot geringe invloed op de waardering van de voorzieningen en de resultaten. De jubileumvoorziening is gevormd ten behoeve van toekomstige jubileumuitkeringen en is actuarieel berekend. Hierbij is rekening gehouden met de overlevingstafel 2018-2023 voor mannen en vrouwen, toekomstig personeelsverloop en salarisstijgingen. De voorzieningen personeelsbeloningen zijn contant gemaakt tegen een nominale rekenrente van 2,9% (2024: 3,1%).
Voorzieningen droogteschade
De droogteschade voorzieningen hebben betrekking op mogelijke vergoeding voor droogteschades in onttrekkingsgebieden rondom een aantal productielocaties. De voorzieningen zijn bepaald op basis van de best mogelijke inschattingen van het management waartegen de verplichtingen kunnen worden afgewikkeld.
Voorzieningen overig
De overige voorzieningen hebben betrekking op mogelijke vergoeding voor voor een aantal juridische geschillen en lopende huurverplichtingen. De voorzieningen zijn bepaald op basis van de best mogelijke inschattingen van het management waartegen de verplichtingen kunnen worden afgewikkeld. Genoemde voorzieningen worden gevormd indien:
• per balansdatum een juridisch afdwingbare en/of feitelijke verplichting bestaat die voortvloeit uit gebeurtenissen vóór de balansdatum;
• het aannemelijk is dat een uitstroom van middelen zal plaatsvinden om de verplichting af te wikkelen;
• een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de verplichting;
• de voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting nodig zijn, tenzij het effect van de tijdswaarde van geld significant is. In dat geval wordt de voorziening gewaardeerd tegen contante waarde;
• het kortlopend deel van de overige voorzieningen wordt verantwoord onder de kortlopende verplichtingen.
Leaseverplichtingen
Bij de bepaling van de leaseverplichtingen en de gebruiksrechten wordt het actuele WACC-percentage gehanteerd als disconteringsvoet voor het contant maken van de leaseverplichting met uitzondering van de leaseverplichtingen waarvan de rentepercentages bekend zijn. De leaseverplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd door de boekwaarde te verhogen om de rente op de leaseverplichting weer te geven en te verminderen om de verrichte leasebetalingen weer te geven
Collectieve regelingen
Vitens kent een Pensioen- en Flexibele Uittredingsregeling voor huidige en voormalige werknemers. De pensioenen zijn ondergebracht bij Stichting Pensioenfonds ABP en de Flexibele Uittreding bij Stichting Flexibel Uittreden Nutsbedrijven en is daarmee indirect ondergebracht bij het Pensioenfonds ABP. Het betreft collectieve regelingen waarbij meerdere werkgevers zijn aangesloten en het zijn in wezen toegezegd-pensioenregelingen, waarbij de pensioenuitkering gebaseerd is op de lengte van het dienstverband en het gemiddeld salaris van de werknemer gedurende dit dienstverband.
De pensioenregelingen kunnen worden aangemerkt als multi-employer-funds. IAS 19 verlangt dat bepaalde informatie inzake toegezegd-pensioenregelingen wordt toegelicht in de jaarrekening. Met name het saldo van de met de regeling samenhangende activa en passiva dient in de balans te worden opgenomen als een vordering of verplichting. Beide pensioenfondsen hebben aangegeven dat zij niet in staat zijn om aan de deelnemende ondernemingen de informatie te verschaffen die noodzakelijk is inzake toegezegd-pensioenregelingen. Daarom worden beide regelingen behandeld als toegezegde-bijdragen-regelingen en worden de verschuldigde pensioenpremies over het boekjaar als pensioenlasten in het resultaat verantwoord. De pensioenlasten zijn opgenomen in noot [16].
De beleidsdekkingsgraad van het ABP bedraagt ultimo december 2025: 123,5% (31 december 2024: 113,1%). De pensioenen zijn per 1 januari 2025 met ruim 1,84% verhoogd. De financiële situatie van ABP liet het, binnen de regels die gelden in het huidige pensioenstelsel, toe om de pensioenen te indexeren. De totale premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen komt bij ABP per 1 januari 2025 uit op 27,0% (2024: 27,0%).
Kortlopende verplichtingen
De kortlopende verplichtingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Een kortlopende verplichting wordt opgenomen in de balans zodra Vitens contractpartij is en/of een concrete dienst of levering van goederen heeft plaatsgevonden.
Lease- en huurovereenkomsten
Door Vitens zijn lease- en huurovereenkomsten aangegaan voor het wagenpark en de huur van diverse panden en bedrijfsgebouwen. De lease- en huurovereenkomsten zijn verwerkt volgens IFRS 16.6.
Drinkwateromzet
De drinkwateromzet bestaat uit de vastrechtvergoeding en de vergoeding voor levering van drinkwater. De verantwoording van de drinkwateropbrengsten wordt gebaseerd op de totaal aan derden geleverde hoeveelheid water. De omzetgegevens worden verkregen uit metingen bij klanten (via watermeter) en, voor wat betreft het nog niet afgerekend deel, uit schattingen op basis van ervaringscijfers. Over de drinkwateromzet geheven omzetbelasting en belasting op leidingwater worden niet in de omzet begrepen. De drinkwateromzet wordt genomen op het moment dat de voordelen van eigendom zijn overgedragen op de koper.
Overige omzet
Onder de overige omzet worden opbrengsten verantwoord die niet direct gerelateerd zijn aan de kernactiviteiten. De overige omzet bestaat onder meer uit de volgende posten:
• Opbrengsten dienstverlening aan derden betreffen verrichte front- en backofficewerkzaamheden voor een ander drinkwaterbedrijf en dienstverlening aan Vitens Evides International B.V. (VEI B.V.);
• Opbrengsten brandkranen hebben betrekking op een eenmalige bijdrage en een jaarlijkse terugkerende vergoeding ten behoeve van het onderhoud;
• Opbrengsten aansluitingen betreffen eenmalige vergoedingen voor bouw, tijdelijke en gewijzigde aansluitleidingen;
• Amortisatie bijdragen van derden betreft klantbijdragen voor aanleg aansluitleidingen. De amortisatie van de egalisatierekening vindt plaats in 331/3 jaar;
• Opbrengsten analyses en advisering hebben betrekking op verrichte analyses vanuit het laboratorium van Vitens voor derden;
• Opbrengsten verhuizingen/nieuwe aansluitingen en incasso. Bij verhuizingen/nieuwe aansluitingen brengt Vitens een bedrag in rekening ter dekking van de administratieve werkzaamheden;
• Opbrengsten huur en pacht hebben betrekking op huuropbrengsten van kantoorgebouwen, dienstwoningen (aanwezig op gronden waarop productiebedrijf is gevestigd of winning plaatsvindt) en het verpachten van gronden;
• Opbrengsten reststoffen heeft betrekking op de verkoop van reststoffen welke ontstaan als gevolg van het waterzuiveringsproces;
• Opbrengsten huurvergoeding standpijpen betreft de verhuur van standpijpen aan derden;
• Opbrengsten werk voor derden betreffen diverse activiteiten die Vitens verricht voor derden;
• De activiteiten uit overige opbrengsten worden als opbrengst verantwoord voor zover levering van goederen en diensten heeft plaatsgevonden en zover de prestaties zijn geleverd.
Kosten uitbesteed werk en inhuur personeel
Dit zijn kosten die Vitens maakt ten behoeve van haar exploitatie en betreffen uitbesteed werk en inhuur personeel van derden. Deze kosten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Grondwaterbelastingen en -heffingen
Dit zijn kosten die Vitens maakt ten behoeve van haar exploitatie en betreffen belastingen die verbonden zijn aan het onttrekken van grondwater. Deze kosten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Overige kosten
Dit zijn kosten die Vitens maakt ten behoeve van haar exploitatie en bestaan onder meer uit grond- en hulpstoffen, elektra, autokosten, automatiseringskosten, facilitaire kosten en overige kosten. Deze kosten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Geactiveerde productie
De geactiveerde productie voor het eigen bedrijf betreft directe personeelskosten en indirecte personeelsgerelateerde kosten die zijn gemaakt ten dienste van de vervaardiging van (im)materiële vaste activa welke betrekking hebben op infrastructurele werken van de onderneming. Deze geactiveerde productie wordt in mindering gebracht op de personeelskosten, uitbesteed werk en inhuur personeel.
Financiële baten
De financiële baten bestaan uit interestbaten op financiële activa, zijnde leningen, berekend op basis van de effectieveinterestmethode en worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Financiële lasten
De interestlasten hebben betrekking op rentedragende verplichtingen, berekend op basis van de effectieve-interestmethode en worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. De rentedragende verplichtingen omvatten vastrentende leningen, roll-over-leningen, rentederivaten en rekening-courant. Daarnaast bevatten ze oprentingskosten van voorzieningen en overige kosten van financiering zoals bereidstellingsprovisies, garanties en bankkosten. De financiële lasten worden verlaagd als gevolg van toerekening van rentekosten aan projecten in aanbouw in overeenstemming met IAS 23.
Aandeel in resultaat in geassocieerde deelnemingen en joint ventures
Betreft het resultaat in geassocieerde deelnemingen en joint ventures.
Belastingen
Vanaf 1 januari 2016 zijn Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersonen belastingplichtig. NV’s zoals Vitens worden op basis van de wet geacht met hun hele vermogen een onderneming te drijven. Activiteiten welke Vitens verricht vanuit de Drinkwaterwet, zoals het leveren van drinkwater, zijn vrijgesteld voor de vennootschapsbelasting.
Veronderstellingen, schattingen en aannames in de jaarrekening
Het opstellen van een jaarrekening brengt met zich mee dat gebruik wordt gemaakt van aannames, veronderstellingen en schattingen die zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en op factoren die naar het oordeel van het management aanvaardbaar zijn, gegeven de specifieke omstandigheden. Deze aannames, veronderstellingen en schattingen zijn van invloed op de waardering en presentatie van de gerapporteerde activa en verplichtingen alsmede op het resultaat over het boekjaar. De werkelijke uitkomsten kunnen afwijken van de gehanteerde schattingen en veronderstellingen. Hieronder gaan we in op de genoemde posten.
Waardering van (im)materiële vaste activa
Bij de bepaling van de boekwaarde van (im)materiële vaste activa wordt gebruikgemaakt van schattingen van afschrijvingstermijnen die zijn afgeleid van verwachtingen omtrent de technische en economische levensduur van de onderliggende activa. Als gevolg van veranderingen in de toekomst op het gebied van technologische ontwikkelingen of in het gebruik van de activa kunnen veranderingen ontstaan in de levensduur van de activa en deze kunnen dan aanleiding geven tot bijzondere waardevermindering.
Indien omstandigheden hiertoe aanleiding geven, wordt vastgesteld of sprake is van bijzondere waardevermindering van (im)materiële vaste activa. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van deze activa. Voor de activa is de realiseerbare waarde gelijk aan de hoogste van de reële waarde minus verkoopkosten of de bedrijfswaarde. De bedrijfswaarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen.
Geassocieerde deelnemingen
Oordeelsvorming is vereist bij het inschatten of Vitens invloed van betekenis heeft op geassocieerde deelnemingen. IFRS veronderstelt dat een entiteit invloed van betekenis heeft als zij 20% of meer van de stemrechten heeft in een deelneming. Echter, stelt IFRS, dat verschillende indicatoren toch kunnen leiden tot invloed van betekenis, ondanks het feit dat een entiteit minder dan 20% stemrecht heeft. Met betrekking tot de deelneming Aquaminerals is dit het geval voor Vitens. Vitens en Aquaminerals wisselen namelijk regelmatig technische informatie met elkaar uit en tussen Vitens en de deelneming vinden materiele transacties plaats. Daarom veronderstelt Vitens dat zij invloed van betekenis heeft in Aquaminerals.
Debiteuren
Vitens beoordeelt periodiek de volwaardigheid van vorderingen op basis van ervaringscijfers van het betaalgedrag uit het verleden. Eventuele waardeverminderingen worden in mindering gebracht op het debiteurensaldo. De voorziening niet-water-gelden wordt statisch bepaald. Per jaareinde beoordeelt Vitens individueel de oninbaarheid van het openstaand debiteurensaldo.
Reële waardebepaling financiële instrumenten
Afgeleide financiële instrumenten zijn in de balans tegen reële waarde verantwoord. Voor overige financiële instrumenten, waaronder verkregen en uitgegeven leningen, is de reële waarde opgenomen in de toelichting bij de jaarrekening.
Omzetverantwoording
De verantwoording van de drinkwateropbrengsten wordt gebaseerd op het totaal aan derden geleverde hoeveelheid water (belasting op leidingwater behoort niet tot de omzet). Vitens hanteert een systematiek van omzetbepaling waarbij het werkelijk gemeten verbruik wordt toegerekend aan maanden/jaren conform de volgende drie stappen:
1. De werkelijk gefactureerde hoeveelheden m3/omzet. Per klant wordt het werkelijk aantal gefactureerde m3/omzet toegerekend aan de kalenderjaren.
2. De nog te factureren hoeveelheden m3/omzet tot en met einde van het kalenderjaar (jaarprognose). Voor de periode in het boekjaar waarover de klanten nog geen afrekening hebben ontvangen, wordt een schatting gemaakt op basis van historische meterstanden in relatie tot de actuele drinkwaterafgifte. Een hogere/lagere inschatting van de nog af te rekenen omzet van 0,1% leidt tot een hogere/lagere netto-omzet van circa € 0,45 miljoen. Onder noot [26] staat een nadere toelichting op betreffende afloop balansposten omzet uit voorgaande jaren en het werkelijk vastgestelde ‘Niet In Rekening Gebracht’ (NIRG) in procenten.
3. Totaal verbandcontrole tussen klantgegevens in het bronssysteem en drinkwaterafgiftecijfers. Ter controle worden de klantgegevens gelegd naast de waterbalansen (afgiftecijfers productielocaties).
Mutaties worden geanalyseerd evenals de ontwikkeling van het NIRG.
Grondslagen voor het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode, waarbij voor de herleiding van de mutatie in geldmiddelen wordt uitgegaan van het resultaat na belastingen volgens de winst- en verliesrekening. De kasequivalenten omvatten naast liquide middelen ook kortlopende kredietfaciliteiten bij kredietinstellingen. Deze faciliteiten worden opgenomen als kasequivalent, omdat zij een integraal onderdeel vormen van het kasbeheer en gedurende het jaar regelmatig fluctueren tussen een positief en negatief saldo. Hierdoor functioneren zij feitelijk als een verlengstuk van de liquide middelen. Deze presentatie is in overeenstemming met IAS 7.8, waarin wordt bepaald dat kasequivalenten bestaan uit kortlopende, zeer liquide investeringen en faciliteiten die direct beschikbaar zijn voor kasstromen en een onbeduidend risico op waardeverandering kennen.